30 resultaten voor "Artikel 20 Wet bemanning zeeschepen"
Pagina 3 van 3
Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2018:5214

t het verrichten van arbeid, behalve indien de gezagvoerder aan een derde ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid welke die derde gewoonlijk doet verrichten; 2. degene aan wie de gezagvoerder ter beschikking is gesteld voor h...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6718

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6715

9.1. Eiseres stelt in haar (aanvullende) beroepsgronden, samengevat weergegeven, dat het Bz (en dus ook artikel 40 van het Bz) niet van toepassing is op de [schip 1] omdat de lengte van dit schip weliswaar is gelegen tussen de 12 en 40 meter, m...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6719

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6717

9.1. Eiseres stelt in haar (aanvullende) beroepsgronden, samengevat weergegeven, dat het Bz (en dus ook artikel 40 van het Bz) niet van toepassing is op de [schip 1] omdat de lengte van dit schip weliswaar is gelegen tussen de 12 en 40 meter, m...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6716

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6718

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2005:AU9727

4.1. Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of A krachtens artikel 8:211 aanhef en sub b BW een voorrecht had boven de hypotheekhouders ING Bank en ABN Amro Bank op de zeeschepen van C. 4.2. Krachtens artikel 8:211 aanhef en su...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:PHR:2024:1273

ijkerwijs nodig zijn’. Ingevolge het vierde lid, zoals dat luidde ten tijde van het tenlastegelegde feit, waren de opvarenden ‘verplicht de bevelen van de kapitein na te komen die door de kapitein worden gegeven in het belang der veiligheid of tot ha...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:PHR:2009:BG3588

riftelijkheidsvereiste samenhangt met de omstandigheid dat de zogenaamde monsterrol zijn constitutieve juridische betekenis verliest.(6) De monsterrol is de bemanninglijst en bracht de voorwaarden van hun aanstelling tot stand. Dit laatste was in de...

1%