ECLI:NL:RBSHE:2004:AR7786
nziens op 22 maart 1996 geen Centrale Landinrichtingscommissie functioneerde. Van de bij Koninklijk Besluit van 6 december 1990 benoemde leden van de CLC immers was de benoemingsperiode van vijf jaren verstreken en de opvolgende leden van de CLC werd...
ECLI:NL:RBALK:2004:AR2305
22 maart 1996 in verband met het verlopen van de benoemingen van de leden geen rechtsgeldige besluiten kon nemen en daarmee ook niet het mandaatbesluit van 22 maart 1996. De commissie heeft gewezen op een benoemingsbesluit met terugwerkende kracht en...
ECLI:NL:RBALK:2011:BU7524
Bezwaar 1 - uitsluiting lid commissie Reclamant heeft als bezwaar 1 naar voren gebracht dat het besluit tot vaststelling van de ter visie gelegde LGR en het besluit tot tervisielegging van de LGR niet zijn genomen door de landinrichti...
ECLI:NL:PHR:2013:CA0723
ng. Een landinrichtingscommissie wordt ingesteld door gedeputeerde staten (art. 27 lid 1 Liw). De commissie bestaat in beginsel uit maximaal zeven leden, waaronder een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter (art. 28 lid 1 Liw). Ingevolge art. 2 Be...
ECLI:NL:PHR:2013:CA0723
ng. Een landinrichtingscommissie wordt ingesteld door gedeputeerde staten (art. 27 lid 1 Liw). De commissie bestaat in beginsel uit maximaal zeven leden, waaronder een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter (art. 28 lid 1 Liw). Ingevolge art. 2 Be...
ECLI:NL:PHR:2013:CA0723
de Landinrichtingscommissie zodra tenminste de helft van het aantal commissieleden aanwezig is, althans heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de besluitvorming van de commissie met betrekking tot de vaststelling en tervisielegging van de LGR...
ECLI:NL:PHR:2013:CA0723
de Landinrichtingscommissie zodra tenminste de helft van het aantal commissieleden aanwezig is, althans heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de besluitvorming van de commissie met betrekking tot de vaststelling en tervisielegging van de LGR...
ECLI:NL:PHR:2013:CA0723
2.1 Middel I klaagt dat de rechtbank heeft verzuimd in haar vonnis te vermelden dat ter zitting van 24 maart 2011 de zaken van vijf reclamanten, onder wie [eiser], (deels) gevoegd zijn behandeld. Het vonnis zou daarom in strijd zijn met art. 230 Rv....
ECLI:NL:PHR:2013:CA0723
2.1 Middel I klaagt dat de rechtbank heeft verzuimd in haar vonnis te vermelden dat ter zitting van 24 maart 2011 de zaken van vijf reclamanten, onder wie [eiser], (deels) gevoegd zijn behandeld. Het vonnis zou daarom in strijd zijn met art. 230 Rv....