13 resultaten voor "Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) artikel 598i"
Pagina 2 van 2
Kamerstuk

Kamerstuk 36939

Voor de toepassing van artikel 8.48a wordt het dwangschrift met betrekking tot betaling dat op de voet van het tweede lid is betekend, geacht te zijn betekend twee dagen na de datum van de terpostbezorging van het dwangschrift met betrekking tot beta...

31%
Kamerstuk

Kamerstuk 36937

Bij nieuwe erkenninghouders die zich vanaf de ingangsdatum van de wet aanmelden worden er aanvraagkosten voor de erkenningen in rekening gebracht. De wetgever heeft de verantwoordelijkheid om persoonsgegevens te verwerken bij de erkenninghouder (erke...

29%
Kamerstuk

Kamerstuk 36951

Door het volgen van de gewone rechtsgang (rechtbank, gerechtshof en cassatie bij Hoge Raad) wordt inhoudelijk volledig voldaan aan de eisen van artikel 14, vijfde lid, van het IVBPR. Dit betekent dat het Nederlandse voorbehoud bij artikel 14, vijfde...

27%