28 resultaten voor "Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999 artikel 28"
Pagina 2 van 3
Kamerstuk

Kamerstuk 32150

Duidelijk is daarin geregeld dat het CVZ beschikkingen tot oplegging van een boete ex artikel 96 Zvw die op de datum waarop voorliggend wetsvoorstel in werking treedt nog geen formele rechtskracht te hebben, dient in te trekken. Voor bestuurlijke boe...

53%
Kamerstuk

Kamerstuk 34396

Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegen...

51%
Kamerstuk

Kamerstuk 33207

Wijziging van de wetgeving op het beleidterrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van de harmonisatie en aanscherping van de sanctiemogelijkheden ter versterking van de naleving en handhaving en bestrijding van misb...

50%
Kamerstuk

Kamerstuk 36904

De op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste: het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid; h...

49%
Kamerstuk

Kamerstuk 36764

De bevoegde autoriteit kan een lid van het bestuur van een essentiële entiteit of belangrijke entiteit een bestuurlijke boete opleggen in geval van: overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 24, tweede tot en met zesde lid; overtreding...

49%
Kamerstuk

Kamerstuk 36898

Na de plaatsing in het Staatsblad of de Staatscourant van een krachtens het tweede lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling wordt een voorstel van wet tot regeling van de aanwijzing van het bestuursorgaan, bedoeld in h...

48%
Kamerstuk

Kamerstuk 36912

Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegen...

47%
Kamerstuk

Kamerstuk 32022

In onderdeel Z wordt aan artikel 32 een lid toegevoegd, luidende: 3. Indien de inspecteur van oordeel is, dat een vergunning moet worden geschorst, doet hij daartoe onder opgave van redenen een voorstel aan de burgemeester. De burgemeester doet van...

47%
Kamerstuk

Kamerstuk 36897

De op grond van het eerste lid, onderdeel h, vast te stellen bestuurlijke boete bedraagt, in het geval de overtreder een rechtspersoon is, ten hoogste het bedrag voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrec...

47%
Kamerstuk

Kamerstuk 35526

Het betreffende zevende lid, eerste zin, stelt: «Bij veroordeling van een rechtspersoon kan, indien de voor het feit bepaalde boetecategorie geen passende bestraffing toelaat, een geldboete worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag van de naast hoge...

46%