27 resultaten voor "Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999 artikel 21"
Pagina 2 van 3
Kamerstuk

Kamerstuk 32271

Deze bevoegdheid heeft het karakter van een bestuursbevoegdheid en komt, gelet op de taakverdeling binnen de gemeente, toe aan burgemeester en wethouders. De bestuurlijke boete wordt gebonden aan een maximum. De gemeenteraad dient bij verordening vas...

50%
Kamerstuk

Kamerstuk 33207

Wijziging van de wetgeving op het beleidterrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van de harmonisatie en aanscherping van de sanctiemogelijkheden ter versterking van de naleving en handhaving en bestrijding van misb...

49%
Kamerstuk

Kamerstuk 34396

Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegen...

49%
Kamerstuk

Kamerstuk 36897

De bestuurlijke boete bedraagt, in het geval de overtreder een natuurlijke persoon is, ten hoogste het bedrag voor de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 20% van de jaarlijkse ink...

48%
Kamerstuk

Kamerstuk 36898

De toezichthoudende autoriteiten, genoemd in artikel 9a, onder a, b en c, kunnen voor de uitoefening van een taak krachtens deze afdeling van eenieder inlichtingen vorderen. De artikelen 5:13 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuur...

48%
Kamerstuk

Kamerstuk 36764

De bevoegde autoriteit kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond...

47%
Kamerstuk

Kamerstuk 36904

De op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste: het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid; h...

46%
Kamerstuk

Kamerstuk 36912

Het UWV kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 18, eerste lid, indien het n...

45%
Kamerstuk

Kamerstuk 36785

De keuze tussen het opleggen van een boete of het nemen van een andere maatregel zal bovendien gemotiveerd moeten worden in het individuele besluit, en kan niet worden gebaseerd op begrotingsargumenten. De maximale boetehoogte is niet naar beneden bi...

45%
Kamerstuk

Kamerstuk 32022

In onderdeel Z wordt aan artikel 32 een lid toegevoegd, luidende: 3. Indien de inspecteur van oordeel is, dat een vergunning moet worden geschorst, doet hij daartoe onder opgave van redenen een voorstel aan de burgemeester. De burgemeester doet van...

45%