29 resultaten voor "Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999 artikel 19"
Pagina 2 van 3
Kamerstuk

Kamerstuk 32128

Daarom wordt in artikel 63b, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 (zie onderdeel D) een met artikel 67c van de AWR vergelijkbare boetebepaling opgenomen bij het niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig voldoen aan de betalingsverplichting bij belast...

56%
Kamerstuk

Kamerstuk 32216

Onder omstandigheden moet de strafrechter zelfs een onherroepelijke beslissing van de bestuursrechter afwachten. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid van aanwijzing van buitengewone opsporingsambtenaren. Voorts wordt voor de opsporing de bevoegdhe...

55%
Kamerstuk

Kamerstuk 34396

Indien sprake is van een benadelingsbedrag van € 15.000,– of meer, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 5:44, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en wordt dit strafbare feit aan de...

51%
Kamerstuk

Kamerstuk 33207

Wijziging van de wetgeving op het beleidterrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van de harmonisatie en aanscherping van de sanctiemogelijkheden ter versterking van de naleving en handhaving en bestrijding van misb...

51%
Kamerstuk

Kamerstuk 36912

Het UWV kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 18, eerste lid, indien het n...

51%
Kamerstuk

Kamerstuk 36898

De toezichthoudende autoriteiten, genoemd in artikel 9a, onder a, b en c, kunnen voor de uitoefening van een taak krachtens deze afdeling van eenieder inlichtingen vorderen. De artikelen 5:13 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuur...

50%
Kamerstuk

Kamerstuk 36897

De bestuurlijke boete bedraagt, in het geval de overtreder een natuurlijke persoon is, ten hoogste het bedrag voor de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 20% van de jaarlijkse ink...

50%
Kamerstuk

Kamerstuk 36904

De op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste: het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid; h...

48%
Kamerstuk

Kamerstuk 35526

Het betreffende zevende lid, eerste zin, stelt: «Bij veroordeling van een rechtspersoon kan, indien de voor het feit bepaalde boetecategorie geen passende bestraffing toelaat, een geldboete worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag van de naast hoge...

47%
Kamerstuk

Kamerstuk 36764

De bevoegde autoriteit kan een lid van het bestuur van een essentiële entiteit of belangrijke entiteit een bestuurlijke boete opleggen in geval van: overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 24, tweede tot en met zesde lid; overtreding...

46%