ECLI:NL:RVS:2023:1536
1. [appellant] is sinds 10 december 1999 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Middelstum (postcode […]). 2. Op 11 maart 2021 heeft het Instituut de aanvraag van [appellant] om ve...
1. [appellant] is sinds 10 december 1999 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Middelstum (postcode […]). 2. Op 11 maart 2021 heeft het Instituut de aanvraag van [appellant] om ve...
het geschil zich toe op de vraag of [appellant] recht heeft op een schadevergoeding van 100% voor de waardedaling van de woning. Tijdelijke wet Groningen 7. Op 1 juli 2020 is de Tijdelij...
Rechterlijke beoordeling van een regeling als aan de orde 3.1. De rechtbank overweegt dat het IMG de taak en de bevoegdheid heeft, zie artikel 2, derde lid, van de Tijdeli...
et het Besluit Mijnbouwschade Groningen van 1 februari 2018 (Stcrt. 2018, nr. 6398) de Tijdelijke Commissie ingesteld voor de publiekrechtelijke afhandeling van schade. 10. De Tijdelijke Commi...
1. [appellant sub 1] is sinds december 2015 eigenaar van de woning aan [locatie] in [woonplaats]. De woning is gebouwd in 1975 en bevindt zich boven het Groningenveld, in het gebied waar zich al...
[appellant] bij het CVW geacht een aanvraag tot vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2 van het Besluit Mijnbouwschade Groningen te zijn. 7. De Tijdelijke Commissie was in mandaat nam...
3. De rechtbank beoordeelt of het Instituut de immateriële schade op juiste wijze heeft beoordeeld en er terecht een vergoeding van €1.500,- is toegekend. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronde...
Instituut aangehaalde beslisnota aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 27 november 2023. In de Kamerbrief is vermeld dat het om circa 3.000 gedupeerden gaat en dat het Instituut...
ndslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, bij het nemen van een besluit van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid na...
3. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 4. De rechtbank is van oordeel dat het Instituut niet is gehouden aan eiser het ‘Aa...