ECLI:NL:RBROT:2019:8983
4.1. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [gedaagde, opposant in verzet] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen. 4.2. De strekking van...
4.1. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [gedaagde, opposant in verzet] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen. 4.2. De strekking van...
3.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 3.2. Uit artikel 46 lid 1 van het Wetboe...
5.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvor...
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie ...
3.1. Het Hof zal ook het verzetschrift van mr. De Vries, in de samenhangende verzetprocedure (HAR 203/02), in zijn overwegingen betrekkingen. 3.2. Het Hof stelt voor...
Bij de beoordeling van de klachtonderdelen stelt het hof het volgende voorop. Taak van de tuchtrechter 6.1. Het is niet de taak...
In het incident 4.1. De kantonrechter is van oordeel dat Luxius wel ontvankelijk is in haar vorderingen. De vordering in het incident zal dus worden afgewez...
3.1. Het onderhavige verzoek is gegrond op de tweede afdeling van titel IV van de Faillissementswet (homologatie van een onderhands akkoord). Het verzoek ziet op het afkondigen...
4.1. Op grond van artikel 705 lid 2 Rv kan de opheffing van een conservatoir beslag worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van d...
4.1. De strekking van artikel 4:194a BW is dat dit artikel alleen bescherming biedt voor schulden die de erfgenamen niet kenden en evenmin behoorden te kennen op het moment dat zij de nalatensch...