ECLI:NL:PHR:2020:994
n medewerker ter griffie, tot het voor de verdachte aanwenden van het rechtsmiddel wordt slechts gevolg gegeven indien de verdachte daarbij instemt met het door deze medewerker ter griffie van het ger...
n medewerker ter griffie, tot het voor de verdachte aanwenden van het rechtsmiddel wordt slechts gevolg gegeven indien de verdachte daarbij instemt met het door deze medewerker ter griffie van het ger...
rt. 45 Rv (2018), aant. 5 en art. 65 Rv (2018), aant. 2b, onder verwijzing naar MvT, Parl. Gesch. Burg. Procesrecht (2002), p. 216 (m.b.t. het vormvereiste van art. 45 lid 3 sub a Rv). Voor exploten v...
2.1 Art. 3 lid 4 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz(4)) bepaalt - voor zover thans van belang - dat de verzoeker het griffierecht is verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschri...
4.1. De kantonrechter constateert allereerst dat [gedaagde] persoonlijk is gedagvaard en niet als een trust of rechtspersoon, aangezien hij een natuurlijke persoon is. Natuurlijke personen kunne...
Bij de beoordeling van de klachtonderdelen stelt het hof het volgende voorop. Taak van de tuchtrechter 6.1. Het is niet de taak...
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie ...
3. Eerst dient de vraag te worden beantwoord of verzoeker in het cassatieberoep ontvankelijk is, nu de administratief ambtenaar (verder: te noemen: senior administratief medewerker) tot het instellen ...
4.1 Ten aanzien van de materiële beoordeling van het geschil is het vóór 1 januari 1992 geldende recht van toepassing, nu het schade toebrengende feit -het uitgraven van mergel zonder, aldus [eisers],...
3.1 [Verzoekster] is bij Vollstreckungsbescheid van 25 oktober 1995 van het Amtsgericht Euskirchen (BRD) veroordeeld tot betaling aan Sparkasse van een bedrag van DM 50.020,06 (€ 25.574,85) te vermeer...
4.1 Grond voor een veroordeling tot betaling door de derde-beslagene van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd, bestaat ingevolge artikel 477a, eerste lid, Rv indien de derde‑beslage...