ECLI:NL:HR:2021:1963
ECLI:NL:HR:2003:AE3220
ECLI:NL:HR:2011:BP2975
ECLI:NL:HR:2008:BD1108
ECLI:NL:HR:2011:BN6324
ECLI:NL:RVS:2019:466
ECLI:NL:RVS:2006:AY4212
redelijk vermoeden van bodemverontreiniging is ontstaan. Ingevolge voorschrift 5.6.1, voor zover van belang, kan het college van gedeputeerde staten verlangen dat de bodem of het grondwater wordt gesaneerd, indien uit monitoring of anderszins blijkt...
ECLI:NL:RVS:2019:1667
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart de beroepen ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. G.T.J.M. Jurgens en mr. B.J. Schueler, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.I. Br...
ECLI:NL:RVS:2008:BE9706
ntreiniging waarvan spoedige sanering niet noodzakelijk is. De in het saneringsplan beschreven saneringsvariant houdt in het monitoren van de grondwaterkwaliteit teneinde een stabiele eindsituatie met een grote restverontreiniging te bereiken. Dit be...