ECLI:NL:RBZWB:2015:2460
Nu de verstoting niet kan worden erkend, gaat de rechtbank niet in op de stelling van de moeder dat zij in Nederland naar Islamitisch recht is gehuwd met de heer [man y]. ...
Nu de verstoting niet kan worden erkend, gaat de rechtbank niet in op de stelling van de moeder dat zij in Nederland naar Islamitisch recht is gehuwd met de heer [man y]. ...
3.1 De Hoge Raad ziet in beide zaken af van beantwoording van de vragen die de rechtbank heeft gesteld. Daartoe is het volgende redengevend. 3.2.1 Zoals de rechtban...
g betreffende erkenning van [minderjarige] door [belanghebbende] terecht aan die geboorteakte is toegevoegd. 6.17. Uit de wetgeving en jurisprudentie blijkt niet dat er e...
6.1. De rechtsmacht De onderhavige zaak heeft een internationaal karakter. De rechtbank dient daarom eerst ambtshalve te beoordelen of aan de Nederlandse re...
De Hoge Raad heeft in de uitspraak van 17 mei 2017 de hiervoor opgesomde prejudiciële vragen – samengevat – als volgt beantwoord. Ten aanzien van vraag 1 D...
1-4 BW bevat bepalingen betreffende het conflictenrecht dat betrekking heeft op het ontstaan van familierechtelijke betrekkingen (art. 10:92-10:99) en afdeling 4 bevat bepalingen betreffende de erkenn...
uders en kind bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de ouders of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat van hun gemeenschappelijke gewone verblijf...
Rechtsmacht Nu de meerderjarige [X] in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3, aanhef en onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering...
Voor [meerderjarige] is het belangrijk dat zij de [achternaam van de man] kan behouden en dat dus het rechtsgevolg van artikel 1:5 BW aan de toewijzing van het verzoek onthouden wordt. ...
Inleiding 4.1 In 2010 is onder leiding van de officier van justitie van het Landelijk Parket te Rotterdam een strafrechtelijk onderzoek opgestart onder de na...