ECLI:NL:CRVB:2024:113
Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1 Appellant werkte vanaf 1 september 2005 bij ...
Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1 Appellant werkte vanaf 1 september 2005 bij ...
Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Betrokkene werkt vanaf 1 januari 2012 bij d...
ingediend. Uit een en ander blijkt, aldus appellante, dat de korpschef niet alleen op de hoogte was van het bestaan dan wel de invoering van de Trfp, maar daar ook reeds naar handelde. Voor het overig...
et Barp, zoals dit luidde direct voorafgaand aan 1 juni 2016, is voldaan. Een op grond van dit artikel genomen besluit kan daarom slechts terughoudend worden getoetst. Die toetsing is beperkt tot de v...
rugwerkende kracht voor en is derhalve sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Nu het primaire besluit is genomen op 29 juni 2015, restte hem slechts nog een afbouwperiode van zes maanden...
1.1. Appellant is werkzaam als [functie] bij de [onderdeel] . 1.2. Bij brief van 23 maart 2016 is appellant geïnformeerd over de overgang van de Politieacademie naar...
iet deugdelijk is gemotiveerd, aldus appellant. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.1. Ingevolge artikel 20a, eerste lid, van de Regeling ...
gekeerd. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.1.1. Volgens artikel 20a, eerste lid, van de Regeling landelijk sociaal statuut politie in...
4.3. Voornoemde Werkinstructie luidt, voor zover van belang, als volgt: “Voor de navolgende werkinstructie gelden de volgende uitgangspunten: - Het betreft de toepassi...
politie is blijven bestaan. De omstandigheid dat het zich bereikbaar en beschikbaar houden feitelijk is opgedragen door de gemeentesecretaris van de gemeente [plaats] en dat een andere vergoeding is o...