ECLI:NL:RVS:2002:AE3314
g kan worden bereikt, de omvang van de schadeloosstelling overeenkomstig artikel 17 van de Vorderingswet 1962 dient te worden vastgesteld door de burgerlijke rechter. De Afdeling is dan ook niet bevoegd daar uitspraak over te doen. Uit d...
ECLI:NL:CBB:2026:98
ten onrechte bij [naam 2] in rekening heeft gebracht. De beroepsgronden slagen niet. Slotsom 6 Het beroep is ongegrond. 7 Naktuinbouw hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaa...
ECLI:NL:RVS:2002:AE3314
het bouwwerk ernstig gevaar bestaat dat het tijdens de uitvoering van de saneringswerkzaamheden instort. Verweerder wijst verder op het actuele humane risico van het geval van verontreiniging vanwege uitdamping naar kruipruimten en woonruimten, zodat...
ECLI:NL:RVS:2026:3505
bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving. [...] Artikel 2.10 1 Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder...
ECLI:NL:RVS:2022:3394
vorderingswet 1990, met dien verstande dat de Belastingdienst/Toeslagen het netto-besteedbare inkomen van de belanghebbende vermeerdert met het netto-besteedbare inkomen van de persoon die ten tijde van de indiening van het verzoek als partner in de...
ECLI:NL:RVS:2022:3394
vorderingswet 1990, met dien verstande dat de Belastingdienst/Toeslagen het netto-besteedbare inkomen van de belanghebbende vermeerdert met het netto-besteedbare inkomen van de persoon die ten tijde van de indiening van het verzoek als partner in de...
ECLI:NL:GHDHA:2026:2325
Het hof is het eens met de rechtbank, en maakt haar navolgende overweging (in 4.20 van het vonnis) tot de zijne. 6.25 In de AV Verpanding 2020 wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen vorderingen en voorraden. Weliswaar laat de definitie in de...
ECLI:NL:GHDHA:2026:2188
tionis , die in het kader van artikel 10:160 lid 2 BW (zonder renvoi) dient te worden toegepast, ook geldt voor de verjaring, volgt uit de wetsgeschiedenis van artikel 3 lid 2 Wet IPR zeerecht (de voorganger van artikel 10:160 lid 2 BW, dat in dezelf...
ECLI:NL:GHAMS:2004:AO1519
Het volgende wordt overwogen. 4.5. Vaststaat - zie hiervoor onder 4.1. sub b - dat de door Movieco in de surseance ingediende vordering door de bewindvoerder is geplaatst op de lijst van voorlopige erkende schuldvorderingen en is gewaardeerd op het b...