Successiewet 1956 6% relevant
Artikel 8 1. Goederen, niet zijnde registergoederen, welke - of waarvan de daarop betrekking hebbende bewijsstukken - bij het overlijden onder de overledene berustten of voor hem door anderen werden bewaard of bezeten, worden, voor de toepassing van deze wet, geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen door hem, aan wie die goederen of die bewijsstukken moeten worden afgegeven
Burgerlijk Wetboek Boek 4 5% relevant
Artikel 4 1. Een voor het openvallen van een nalatenschap verrichte rechtshandeling is nietig, voor zover zij de strekking heeft een persoon te belemmeren in zijn vrijheid om bevoegdheden uit te oefenen, welke hem krachtens dit Boek met betrekking tot die nalatenschap toekomen. 2. Overeenkomsten strekkende tot beschikking over nog niet opengevallen nalatenschappen in hun geheel of over een evenr
Successiewet 1956 5% relevant
Artikel 1 1. Krachtens deze wet worden de volgende belastingen geheven: 1°. erfbelasting over de waarde van al wat krachtens erfrecht wordt verkregen door het overlijden van iemand die ten tijde van het overlijden in Nederland woonde; 2°. schenkbelasting over de waarde van al wat krachtens schenking wordt verkregen van iemand die ten tijde van de schenking in Nederland woonde. 2. Onder verkrijgi
Wet inkomstenbelasting 2001 5% relevant
Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ingeval: a. een natuurlijk persoon bij plaatsvervulling tot de nalatenschap van de in het eerste of derde lid bedoelde overleden ouder is geroepen; b. een reeds bestaande geldvordering als bedoeld in het eerste lid dan wel een goed waarop een vruchtgebruik rust als bedoeld in het derde lid is verkregen krachtens erfrecht of huwel
Successiewet 1956 4% relevant
Artikel 9 1. Geldvorderingen die zijn ontstaan als gevolg van een verkrijging krachtens erfrecht worden ongeacht de hoogte van de rente die zij op grond van een uiterste wilsbeschikking of op grond van een rentevaststelling als bedoeld in artikel 1, derde lid , dragen, in aanmerking genomen voor ten hoogste de nominale waarde. 2. Ingeval een geldvordering als bedoeld in het eerste lid ten gevolg
Burgerlijk Wetboek Boek 4 4% relevant
Artikel 13 1 De nalatenschap van de erflater die een echtgenoot en een of meer kinderen als erfgenamen achterlaat, wordt, tenzij de erflater bij uiterste wilsbeschikking heeft bepaald dat deze afdeling geheel buiten toepassing blijft, overeenkomstig de volgende leden verdeeld. 2 De echtgenoot verkrijgt van rechtswege de goederen van de nalatenschap. De voldoening van de schulden van de nalatenscha
Wet inkomstenbelasting 2001 4% relevant
Artikel 5.9 Vrijstelling rechten op roerende zaken krachtens erfrecht Tot de bezittingen behoren niet de rechten op roerende zaken die krachtens erfrecht bij de belastingplichtige zijn opgekomen voorzover deze zaken door de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden voor persoonlijke doeleinden worden gebruikt of verbruikt, tenzij deze rechten hoofdzakelijk als belegging dienen
Successiewet 1956 4% relevant
Artikel 10 1. Al wat iemand ten koste van het vermogen van de erflater heeft verkregen in verband met een rechtshandeling of een samenstel van rechtshandelingen waarbij de erflater of diens echtgenoot partij was, en alle goederen waarop de erflater ten laste van zijn vermogen een vruchtgebruik heeft verworven, worden geacht krachtens erfrecht door overlijden te zijn verkregen, indien: a. de erfla
Wet inkomstenbelasting 2001 4% relevant
Artikel 4.39a Doorschuiving verkrijgingsprijs bij overgang krachtens erfrecht 1 Indien in het kader van een overgang krachtens erfrecht artikel 4.17a toepassing vindt, geldt bij de erfgenamen als verkrijgingsprijs voor het deel van de overgang dat ingevolge artikel 4.17a niet als vervreemding wordt aangemerkt, de verkrijgingsprijs die gold voor de erflater, verminderd met het deel daarvan dat inge
Wet op belastingen van rechtsverkeer 4% relevant
Artikel 3 1. Als verkrijging wordt niet aangemerkt die krachtens: a. boedelmenging, erfrecht of verjaring; b. verdeling van een huwelijksgemeenschap of nalatenschap, waarin de verkrijger was gerechtigd als rechtverkrijgende onder algemene titel; c. natrekking van een zaak op het tijdstip waarop die zaak wordt aangebracht op, aan of in een onroerende zaak, tenzij van die zaak omzetbelasting wordt
Invorderingswet 1990 4% relevant
Artikel 46 1. Ieder van de erfgenamen is naar evenredigheid van zijn erfdeel aansprakelijk voor de door en bij het overlijden van de erflater door de legatarissen verschuldigde erfbelasting. 2. De erfgenamen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de erfbelasting die door en bij het overlijden van de erflater is verschuldigd door verkrijgers die buiten Nederland wonen. 3. De schenker is hoofdelijk a
Burgerlijk Wetboek Boek 4 4% relevant
Artikel 144 1. Onverminderd de testamentaire lasten die de erflater aan de executeur mocht hebben opgelegd, heeft deze, voor zover de erflater niet anders heeft beschikt, tot taak de goederen der nalatenschap te beheren en de schulden der nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan. 2. Tenzij bij uiterste wil anders is geregeld, komt de executeur,
Burgerlijk Wetboek Boek 4 3% relevant
Artikel 35 1 Een kind van de erflater, een kind als bedoeld in artikel 394 van Boek 1 daaronder begrepen, kan aanspraak maken op een som ineens, voor zover deze nodig is voor: a. zijn verzorging en opvoeding tot het bereiken van de leeftijd van achttien jaren; en voorts voor: b. zijn levensonderhoud en studie tot het bereiken van de leeftijd van een en twintig jaren. 2 De som ter zake van de verzo
Burgerlijk Wetboek Boek 1 2% relevant
Artikel 421 Hetgeen in de vorige drie artikelen is bepaald omtrent erfgenamen, die goederen uit de nalatenschap ontvangen, is van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot of geregistreerde partner, die goederen ontvangt ten gevolge van de ontbinding van enige gemeenschap van goederen of de afrekening uit hoofde van een verrekenbeding. Voor het uit dezen hoofde ontvangene behoeft echter geen ze
Burgerlijk Wetboek Boek 6 2% relevant
Artikel 249 De rechtsgevolgen van een overeenkomst gelden mede voor de rechtverkrijgenden onder algemene titel, tenzij uit de overeenkomst iets anders voortvloeit. In het geval van verdeling van een nalatenschap ingevolge artikel 13 van Boek 4 gelden de rechtsgevolgen van de overeenkomst niet mede voor de kinderen van de erflater, tenzij uit de overeenkomst anders voortvloeit.
Burgerlijk Wetboek Boek 4 Geldig vanaf 2026-05-07 2% relevant
Artikel 14 1 Indien de nalatenschap overeenkomstig artikel 13 is verdeeld, is de echtgenoot van de erflater tegenover de schuldeisers en tegenover de kinderen verplicht tot voldoening van de schulden der nalatenschap. In de onderlinge verhouding van de echtgenoot en de kinderen komen de schulden der nalatenschap voor rekening van de echtgenoot. 2 Voor schulden van de nalatenschap, alsmede voor sch
Burgerlijk Wetboek Boek 4 Geldig vanaf 2026-05-07 2% relevant
Artikel 188 1 Een verklaring van erfrecht is een notariële akte waarin een notaris een of meer van de volgende feiten vermeldt: a. dat een of meer in de verklaring genoemde personen, al dan niet voor bepaalde erfdelen, erfgenaam zijn of de enige erfgenamen zijn, met vermelding of zij de nalatenschap reeds hebben aanvaard; b. dat al dan niet aan de echtgenoot van de erflater het vruchtgebruik van e
Burgerlijk Wetboek Boek 4 2% relevant
Artikel 34 1. Voor zover de nalatenschap niet toereikend is tot voldoening van hetgeen de echtgenoot ingevolge de artikelen 29 en 30 toekomt, kan hij overgaan tot inkorting van de daarvoor vatbare giften, met overeenkomstige toepassing van artikel 89, leden 2 en 3 , en artikel 90, leden 1 en 3 . De artikelen 66 , 68 en 69 zijn van overeenkomstige toepassing. Verkrijgt de echtgenoot ook door deze
Burgerlijk Wetboek Boek 1 2% relevant
Artikel 418 1. Erfgenamen en legatarissen van degene ten aanzien van wie de vermissing is vastgesteld, zijn verplicht alvorens zij de goederen van de nalatenschap in bezit nemen, ten genoegen van de kantonrechter zekerheid te stellen voor hetgeen zij aan degene wiens vermissing is vastgesteld, mocht deze terugkeren, of aan erfgenamen of legatarissen die een beter recht mochten hebben, moeten afdr
Burgerlijk Wetboek Boek 4 2% relevant
Artikel 187 1. Hij die is afgegaan op de in een verklaring van erfrecht vermelde feiten, geldt te dezen aanzien als te goeder trouw. 2. Een schuldenaar die, afgaande op de in een verklaring van erfrecht vermelde feiten, heeft betaald aan iemand die niet bevoegd was de betaling te ontvangen, kan aan degene aan wie betaald moest worden, tegenwerpen dat hij bevrijdend heeft betaald. 3. Het in de v