BWBV0007087
Artikel 17
Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds
1. Een Partij (de „verzoekende Partij”) kan op elk moment vragen om overleg met de andere Partij (de „antwoordende Partij”) over aangelegenheden betreffende de interpretatie of de toepassing van dit protocol door een schriftelijk verzoek in te dienen bij het overeenkomstig Artikel 19, lid 3, aangewezen contactpunt van de antwoordende Partij. In het verzoek worden de redenen voor het verzoek om overleg vermeld, met inbegrip van een voldoende specifieke beschrijving van de aangelegenheid in kwestie en het verband ervan met de bepalingen van dit protocol.
2. Tenzij met de verzoekende Partij anders is overeengekomen, komt de antwoordende Partij uiterlijk tien dagen na de datum van indiening van het in lid 1 bedoelde verzoek met een schriftelijk antwoord.
3. Tenzij zij anders overeenkomen, beginnen de Partijen uiterlijk 30 dagen na de datum van indiening van het verzoek met overleg.
4. Het overleg kan plaatsvinden op een fysieke locatie of met behulp van alle technologische middelen waarover de Partijen beschikken. Indien het overleg op een fysieke locatie plaatsvindt, is die locatie op het grondgebied van de antwoordende Partij, tenzij de Partijen anders overeenkomen.
5. Tijdens het overleg:
a. verstrekken de Partijen voldoende informatie om een volledig onderzoek van de aangelegenheid mogelijk te maken, en
b. behandelen de Partijen alle in de loop van het overleg uitgewisselde informatie vertrouwelijk.
6. De Partijen treden in overleg om tot een wederzijds bevredigende oplossing van de aangelegenheid te komen, rekening houdend met de mogelijkheden tot samenwerking dienaangaande.
7. Indien de Partijen niet in staat zijn de kwestie binnen 60 dagen nadat het verzoek om overleg op grond van lid 1 is ingediend, op te lossen overeenkomstig de leden 3 tot en met 6, kan elke Partij, door een schriftelijk verzoek in te dienen bij het overeenkomstig Artikel 19, lid 3, aangewezen contactpunt van de andere Partij, verzoeken het in Artikel 19 bedoelde Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van handel en investeringen bijeen te roepen om de kwestie te onderzoeken. Het Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van handel en investeringen komt onverwijld bijeen en streeft ernaar overeenstemming te bereiken over een oplossing van de kwestie.
8. Elke Partij of het op grond van lid 7 ingeschakelde Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van handel en investeringen kan, waar passend, het advies van de in Artikel 40.6 van deze overeenkomst bedoelde interne adviesgroepen of ander deskundig advies inwinnen.
9. Indien de Partijen de kwestie oplossen, documenteren zij alle resultaten, met inbegrip van, waar passend, specifieke stappen en termijnen waarover overeenstemming is bereikt. De Partijen maken die resultaten toegankelijk voor het publiek, tenzij zij anders overeenkomen.
2. Tenzij met de verzoekende Partij anders is overeengekomen, komt de antwoordende Partij uiterlijk tien dagen na de datum van indiening van het in lid 1 bedoelde verzoek met een schriftelijk antwoord.
3. Tenzij zij anders overeenkomen, beginnen de Partijen uiterlijk 30 dagen na de datum van indiening van het verzoek met overleg.
4. Het overleg kan plaatsvinden op een fysieke locatie of met behulp van alle technologische middelen waarover de Partijen beschikken. Indien het overleg op een fysieke locatie plaatsvindt, is die locatie op het grondgebied van de antwoordende Partij, tenzij de Partijen anders overeenkomen.
5. Tijdens het overleg:
a. verstrekken de Partijen voldoende informatie om een volledig onderzoek van de aangelegenheid mogelijk te maken, en
b. behandelen de Partijen alle in de loop van het overleg uitgewisselde informatie vertrouwelijk.
6. De Partijen treden in overleg om tot een wederzijds bevredigende oplossing van de aangelegenheid te komen, rekening houdend met de mogelijkheden tot samenwerking dienaangaande.
7. Indien de Partijen niet in staat zijn de kwestie binnen 60 dagen nadat het verzoek om overleg op grond van lid 1 is ingediend, op te lossen overeenkomstig de leden 3 tot en met 6, kan elke Partij, door een schriftelijk verzoek in te dienen bij het overeenkomstig Artikel 19, lid 3, aangewezen contactpunt van de andere Partij, verzoeken het in Artikel 19 bedoelde Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van handel en investeringen bijeen te roepen om de kwestie te onderzoeken. Het Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van handel en investeringen komt onverwijld bijeen en streeft ernaar overeenstemming te bereiken over een oplossing van de kwestie.
8. Elke Partij of het op grond van lid 7 ingeschakelde Subcomité voor Corruptiebestrijding op het gebied van handel en investeringen kan, waar passend, het advies van de in Artikel 40.6 van deze overeenkomst bedoelde interne adviesgroepen of ander deskundig advies inwinnen.
9. Indien de Partijen de kwestie oplossen, documenteren zij alle resultaten, met inbegrip van, waar passend, specifieke stappen en termijnen waarover overeenstemming is bereikt. De Partijen maken die resultaten toegankelijk voor het publiek, tenzij zij anders overeenkomen.
- Citeren als
- Art. 17
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0007087
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl