BWBV0007087
Artikel 1
Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds
1. De Partijen verzekeren dat zij zich zullen inzetten om corruptie in de internationale handel en investeringen te voorkomen en te bestrijden en herinneren eraan dat corruptie goed bestuur en economische ontwikkeling ondermijnt en de internationale concurrerende omstandigheden verstoort.
2. De Partijen erkennen dat corruptie de handel ongunstig kan beïnvloeden, doordat corruptie de mogelijkheden voor markttoegang in het gedrang kan brengen en verbintenissen gericht op het creëren van een gelijk speelveld kan uithollen. Corruptie treft ook investeerders en ondernemingen die willen deelnemen aan handel en investeringen.
3. De Partijen erkennen dat corruptie een transnationale kwestie is en samenhangt met andere vormen van transnationale en economische criminaliteit, waaronder het witwassen van geld, en die moet worden aangepakt met een multidisciplinaire benadering en nauwe samenwerking op internationaal niveau.
4. De Partijen erkennen de noodzaak om integriteit op te bouwen en de transparantie in zowel de publieke als de particuliere sector te vergroten, en erkennen dat elke sector complementaire verantwoordelijkheden heeft met betrekking tot corruptiebestrijding.
5. De Partijen erkennen het belang van de werkzaamheden van internationale en regionale organisaties, waaronder de VN, de WTO, de OESO, de Financiële-actiegroep (FATF), de Raad van Europa en de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), ter voorkoming en bestrijding van corruptie in aangelegenheden die van invloed zijn op de internationale handel en investeringen, en verbinden zich er derhalve toe samen te werken om passende initiatieven aan te moedigen en te ondersteunen.
6. De Partijen herhalen hun gezamenlijke toezegging in het kader van duurzameontwikkelingsdoelstelling 16 om corruptie en omkoping in al hun vormen aanzienlijk terug te dringen.
7. De Partijen erkennen het belangrijke werk van de Werkgroep corruptiebestrijding van de G20.
8. Het doel van dit protocol is een bilateraal kader vast te stellen van verbintenissen ter bestrijding en voorkoming van corruptie in relatie tot handel en investeringen in de betrekkingen tussen de Partijen.
9. De Partijen erkennen dat de beschrijving van strafbare feiten die overeenkomstig dit protocol zijn vastgesteld of gehandhaafd, en van de toepasselijke juridische verweermiddelen of rechtsbeginselen die de rechtmatigheid van gedragingen bepalen, voorbehouden is aan het recht van elke Partij, en dat die strafbare feiten moeten worden vervolgd en bestraft overeenkomstig het recht van elke Partij.
2. De Partijen erkennen dat corruptie de handel ongunstig kan beïnvloeden, doordat corruptie de mogelijkheden voor markttoegang in het gedrang kan brengen en verbintenissen gericht op het creëren van een gelijk speelveld kan uithollen. Corruptie treft ook investeerders en ondernemingen die willen deelnemen aan handel en investeringen.
3. De Partijen erkennen dat corruptie een transnationale kwestie is en samenhangt met andere vormen van transnationale en economische criminaliteit, waaronder het witwassen van geld, en die moet worden aangepakt met een multidisciplinaire benadering en nauwe samenwerking op internationaal niveau.
4. De Partijen erkennen de noodzaak om integriteit op te bouwen en de transparantie in zowel de publieke als de particuliere sector te vergroten, en erkennen dat elke sector complementaire verantwoordelijkheden heeft met betrekking tot corruptiebestrijding.
5. De Partijen erkennen het belang van de werkzaamheden van internationale en regionale organisaties, waaronder de VN, de WTO, de OESO, de Financiële-actiegroep (FATF), de Raad van Europa en de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), ter voorkoming en bestrijding van corruptie in aangelegenheden die van invloed zijn op de internationale handel en investeringen, en verbinden zich er derhalve toe samen te werken om passende initiatieven aan te moedigen en te ondersteunen.
6. De Partijen herhalen hun gezamenlijke toezegging in het kader van duurzameontwikkelingsdoelstelling 16 om corruptie en omkoping in al hun vormen aanzienlijk terug te dringen.
7. De Partijen erkennen het belangrijke werk van de Werkgroep corruptiebestrijding van de G20.
8. Het doel van dit protocol is een bilateraal kader vast te stellen van verbintenissen ter bestrijding en voorkoming van corruptie in relatie tot handel en investeringen in de betrekkingen tussen de Partijen.
9. De Partijen erkennen dat de beschrijving van strafbare feiten die overeenkomstig dit protocol zijn vastgesteld of gehandhaafd, en van de toepasselijke juridische verweermiddelen of rechtsbeginselen die de rechtmatigheid van gedragingen bepalen, voorbehouden is aan het recht van elke Partij, en dat die strafbare feiten moeten worden vervolgd en bestraft overeenkomstig het recht van elke Partij.
- Citeren als
- Art. 1
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0007087
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl