Artikel 12
Overeenkomst tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot wijziging en aanvulling van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding met protocol, gedaan te Brussel op 15 december 1993 (met Protocol)
2. Onverminderd het vierde lid van dit artikel, hebben dergelijke ambtenaren terwijl zij op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij zijn uit hoofde van deze Overeenkomst geen bevoegdheden om hun taken, overeenkomstig hun nationale wetgeving, voort te zetten of te beginnen.
3. Tijdens hun aanwezigheid op het grondgebied van de Gaststaat overeenkomstig het eerste lid, dragen ambtenaren van de andere Overeenkomstsluitende partijen hun nationale uniformen of andere onderscheidingstekens, tenzij de aard van de taken op hun nationale grondgebied anders vereist. Onverminderd het bepaalde in artikel 12A van deze Overeenkomst, mogen zij in de Gaststaat de dienstwapens, munitie en uitrusting meenemen en dragen die met de Gaststaat zijn overeengekomen.
4. Wanneer ambtenaren van een Overeenkomstsluitende Partij aan boord van een trein op het eigen nationaal grondgebied een persoon hebben aangehouden of een voorwerp in beslag hebben genomen en het om praktische redenen noodzakelijk is de grens over te steken, blijft deze aanhouding of inbeslagneming op het grondgebied van de Gaststaat rechtsgeldig. De bevoegde autoriteiten van de Gaststaat worden onverwijld van een dergelijke situatie in kennis gesteld. Indien een ambtenaar bij het aanhouden van personen of de inbeslagneming van goederen op zijn eigen grondgebied geen uniform draagt, moet hij zich bij het overschrijden van de grens op het grondgebied van de Gaststaat, of zo spoedig mogelijk daarna, als ambtenaar identificeren door het dragen van een nationaal uniform of andere zichtbare onderscheidingstekens of door het nemen van passende maatregelen om zichtbaar als ambtenaar te worden geïdentificeerd.
5. Na de in het vierde lid genoemde gebeurtenis keren die ambtenaren, tenzij met de Gaststaat of de Overeenkomstsluitende partij die krachtens artikel 15 geacht wordt rechtsmacht te hebben, anders wordt overeengekomen, zo spoedig mogelijk met de aangehouden persoon en/of in beslag genomen voorwerpen terug naar hun nationale grondgebied, zodra dit praktisch uitvoerbaar is.
- Citeren als
- Art. 12
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0006883
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl