1. Vanaf zijn inwerkingtreding zal dit Verdrag de
Overeenkomst nopens de instelling van een Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad van 5 november 1955 vervangen.
2. De Commissies die zijn ingesteld op basis van de
Overeenkomst van 1955 oefenen hun werkzaamheden uit tot zolang geen nieuwe schikkingen worden getroffen.
3. De besluiten, adviezen en aanbevelingen van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad genomen onder toepassing van de
Overeenkomst van 1955 blijven van kracht tenzij deze uitdrukkelijk worden opgeheven door de Benelux Interparlementaire Assemblee.
4. Het
Protocol tot aanvulling van de Overeenkomst nopens de instelling van een Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad van 3 februari 1958 blijft bij inwerkingtreding van dit Verdrag gelijke tijd van kracht. De titel van het Protocol wordt gewijzigd in het „Protocol tot aanvulling van het Verdrag over de Benelux Interparlementaire Assemblee”.