BWBV0005188
Geldig vanaf 13-12-2015
Artikel 27
Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds
1. Met het oog op de correcte toepassing van dit protocol verlenen de partijen elkaar via hun douaneautoriteiten bijstand bij de controle van de echtheid van de bewijzen van oorsprong en de juistheid van de in deze documenten verstrekte inlichtingen.
2. Bewijzen van oorsprong worden achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd of wanneer de douaneautoriteiten van de partij van invoer gegronde redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten of de naleving van de andere voorwaarden van dit protocol.
3. Met het oog op de toepassing van lid 1 retourneren de douaneautoriteiten van de partij van invoer de bewijzen van oorsprong of een kopie van deze documenten aan de douaneautoriteiten van de partij van uitvoer, eventueel onder vermelding van de redenen waarom om een onderzoek wordt verzocht. Zij verstrekken bij dit verzoek alle documenten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het bewijs van oorsprong onjuist zijn.
4. De controle wordt verricht door de douaneautoriteiten van de partij van uitvoer. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijsstukken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten.
5. Indien de douaneautoriteiten van de partij van invoer besluiten de preferentiële behandeling niet toe te kennen zolang de uitslag van de controle niet bekend is, stellen zij de importeur voor de producten vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.
6. De resultaten van de controle, met inbegrip van de bevindingen en de feiten, worden zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de douaneautoriteiten die om de controle hebben verzocht. Hierbij moet duidelijk worden aangegeven of de documenten echt zijn, of de betrokken producten als producten van oorsprong uit een partij kunnen worden beschouwd en of aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
7. Indien bij gegronde twijfel binnen tien maanden na het controleverzoek geen antwoord is ontvangen of indien het antwoord onvoldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de werkelijke oorsprong van de producten vast te stellen, kennen de verzoekende douaneautoriteiten de preferentiële behandeling niet toe, behoudens in buitengewone omstandigheden.
8. Onverminderd artikel 2 van het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken verwijzen de partijen naar artikel 7 van dat protocol voor gezamenlijk onderzoek in verband met bewijzen van oorsprong.
2. Bewijzen van oorsprong worden achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd of wanneer de douaneautoriteiten van de partij van invoer gegronde redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten of de naleving van de andere voorwaarden van dit protocol.
3. Met het oog op de toepassing van lid 1 retourneren de douaneautoriteiten van de partij van invoer de bewijzen van oorsprong of een kopie van deze documenten aan de douaneautoriteiten van de partij van uitvoer, eventueel onder vermelding van de redenen waarom om een onderzoek wordt verzocht. Zij verstrekken bij dit verzoek alle documenten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het bewijs van oorsprong onjuist zijn.
4. De controle wordt verricht door de douaneautoriteiten van de partij van uitvoer. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijsstukken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten.
5. Indien de douaneautoriteiten van de partij van invoer besluiten de preferentiële behandeling niet toe te kennen zolang de uitslag van de controle niet bekend is, stellen zij de importeur voor de producten vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.
6. De resultaten van de controle, met inbegrip van de bevindingen en de feiten, worden zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de douaneautoriteiten die om de controle hebben verzocht. Hierbij moet duidelijk worden aangegeven of de documenten echt zijn, of de betrokken producten als producten van oorsprong uit een partij kunnen worden beschouwd en of aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
7. Indien bij gegronde twijfel binnen tien maanden na het controleverzoek geen antwoord is ontvangen of indien het antwoord onvoldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de werkelijke oorsprong van de producten vast te stellen, kennen de verzoekende douaneautoriteiten de preferentiële behandeling niet toe, behoudens in buitengewone omstandigheden.
8. Onverminderd artikel 2 van het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken verwijzen de partijen naar artikel 7 van dat protocol voor gezamenlijk onderzoek in verband met bewijzen van oorsprong.
- Citeren als
- Art. 27
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0005188
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl