BWBV0005042
Geldig vanaf 01-08-1963
Artikel § 35
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland nopens het verloop van de gemeenschappelijke landgrens, de grenswateren, het grondbezit in de nabijheid van de grens, het grensoverschrijdende verkeer over land en via de binnenwateren en andere met de grens verband houdende vraagstukken, met Bijlagen en Slotprotocol (Grensverdrag)
De nieuwe grens loopt van grenssteen 830a in oostelijke richting ongeveer 12 m langs een sloot, van hier ongeveer 230 m aan de oostzijde van het naar het noorden lopende voetpad tot een sloot ongeveer 32 m ten zuiden van grenssteen 830e, van hier ongeveer 23 m naar een punt ongeveer 12 m ten zuidoosten van grenssteen 830e van hier via de zuidelijke hoek van het bos bij het voetpad (ongeveer 12 m ten noordoosten van grenssteen 830e) en in aansluiting daarop via de het meest oostelijk gelegen hoek van het pad naar een punt ongeveer 58 m ten noordoosten van grenssteen 830e en 55 m ten zuiden van grenssteen 830f. Van hier loopt zij naar een punt op de oostzijde van het pad ongeveer 2 m ten oosten van grenssteen 830f; van hier volgt zij deze zijde van het pad tot een punt ongeveer 8 m ten oosten van grenssteen 830i. Hier verlaat zij deze zijde van het pad, komt na ongeveer 75 m in rechte lijn weer op deze zijde uit en volgt deze zijde in ongeveer rechte lijn tot grenssteen 830k.
1. Voor de strook tussen de oude en de nieuwe grens wordt aan de in de Bondsrepubliek Duitsland wonende grensbevolking en aan de Duitse ambtenaren, belast met de grensbewaking en het douanetoezicht, overeenkomstig § 2 een recht van weggebruik verleend.
2. Voor de in lid 1 bedoelde strook wordt aan de Duitse ambtenaren, belast met de grensbewaking en het douanetoezicht, het recht tot het verrichten van bepaalde ambtshandelingen overeenkomstig § 3 verleend.
1. Voor de strook tussen de oude en de nieuwe grens wordt aan de in de Bondsrepubliek Duitsland wonende grensbevolking en aan de Duitse ambtenaren, belast met de grensbewaking en het douanetoezicht, overeenkomstig § 2 een recht van weggebruik verleend.
2. Voor de in lid 1 bedoelde strook wordt aan de Duitse ambtenaren, belast met de grensbewaking en het douanetoezicht, het recht tot het verrichten van bepaalde ambtshandelingen overeenkomstig § 3 verleend.
- Citeren als
- Art. § 35
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0005042
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl