BWBV0005042
Geldig vanaf 01-08-1963
Artikel § 21
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland nopens het verloop van de gemeenschappelijke landgrens, de grenswateren, het grondbezit in de nabijheid van de grens, het grensoverschrijdende verkeer over land en via de binnenwateren en andere met de grens verband houdende vraagstukken, met Bijlagen en Slotprotocol (Grensverdrag)
a) Van grenssteen 555 loopt de nieuwe grens in noordwestelijke richting ongeveer 60 m langs de noordoostzijde van de landweg, kruist deze weg loodrecht en loopt van hier in rechte lijn in noordwestelijke richting naar een punt dat op de noordwestelijke wegzijde 40 m ten zuiden van grenssteen 558 ongeveer in het verlengde van de rechte tussen de grensstenen 559 en 558 ligt, en van hier naar grenssteen 558.
b) Van het snijpunt van de oude grens tussen de grensstenen 559 en 560 met de zuidoostzijde van de weg tussen de grensstenen 560 en 561 loopt de nieuwe grens in noordoostelijke richting langs deze wegzijde tot de zuidwestoever van de Kendelbeek en kruist hier de weg voor de brug ongeveer loodrecht tot op de oude grens.
1. Voor de weg tussen de grensstenen 560 en 561 wordt aan de in de Bondsrepubliek Duitsland wonende grensbevolking en aan de Duitse ambtenaren, belast met de grensbewaking en het douanetoezicht, overeenkomstig § 2 een recht van weggebruik verleend.
2. Voor dezelfde weg wordt aan de Duitse ambtenaren, belast met de grensbewaking en het douanetoezicht, het recht tot het verrichten van bepaalde ambtshandelingen overeenkomstig § 3 verleend.
b) Van het snijpunt van de oude grens tussen de grensstenen 559 en 560 met de zuidoostzijde van de weg tussen de grensstenen 560 en 561 loopt de nieuwe grens in noordoostelijke richting langs deze wegzijde tot de zuidwestoever van de Kendelbeek en kruist hier de weg voor de brug ongeveer loodrecht tot op de oude grens.
1. Voor de weg tussen de grensstenen 560 en 561 wordt aan de in de Bondsrepubliek Duitsland wonende grensbevolking en aan de Duitse ambtenaren, belast met de grensbewaking en het douanetoezicht, overeenkomstig § 2 een recht van weggebruik verleend.
2. Voor dezelfde weg wordt aan de Duitse ambtenaren, belast met de grensbewaking en het douanetoezicht, het recht tot het verrichten van bepaalde ambtshandelingen overeenkomstig § 3 verleend.
- Citeren als
- Art. § 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0005042
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl