Artikel 1
Verbindingsambtenaren en andere personeelsleden, die ingevolge bovengenoemd Ministerieel Akkoord vanwege de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland bij de Europol Drugs Eenheid te 's-Gravenhage worden tewerkgesteld en die zich uit dien hoofde in Nederland vestigen, alsmede hun gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding en die niet de Nederlandse nationaliteit hebben, zullen in en jegens het Koninkrijk der Nederlanden de voorrechten en immuniteiten genieten overeenkomstig de voorrechten en immuniteiten die ingevolge het Verdrag van Wenen inzake Diplomatiek Verkeer van 18 april 1961 toekomen aan leden van de administratieve en technische staf van in Nederland gevestigde diplomatieke zendingen, met dien verstande dat deze immuniteit zich niet zal uitstrekken tot schade veroorzaakt door voertuigen, of andere transportmiddelen die hun eigendom zijn of door hen werden bestuurd, noch tot verkeersovertredingen en dat de immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken niet geldt voor gedragingen die niet in de uitoefening van hun functie zijn verricht.