Artikel 1
1. Het boekjaar van de Organisatie loopt van 1 januari tot 31 december.
2. Uiterlijk op 1 september van elk jaar legt de Directeur ter bestudering en goedkeuring gedetailleerde ramingen van de inkomsten en uitgaven voor het volgende boekjaar aan de Raad voor.
3. Ramingen van inkomsten en uitgaven worden in hoofdstukken verdeeld. Overboekingen binnen de begroting zijn niet toegestaan behalve met machtiging van de Financiële Commissie bedoeld in artikel 3. De nauwkeurige vorm van de ramingen wordt bepaald door de Financiële Commissie op advies van de Directeur.
2. Uiterlijk op 1 september van elk jaar legt de Directeur ter bestudering en goedkeuring gedetailleerde ramingen van de inkomsten en uitgaven voor het volgende boekjaar aan de Raad voor.
3. Ramingen van inkomsten en uitgaven worden in hoofdstukken verdeeld. Overboekingen binnen de begroting zijn niet toegestaan behalve met machtiging van de Financiële Commissie bedoeld in artikel 3. De nauwkeurige vorm van de ramingen wordt bepaald door de Financiële Commissie op advies van de Directeur.