Artikel 1
In dit Verdrag wordt verstaan onder:
a) „Unieverdrag”: het op 3 februari 1958 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden tot instelling van de Benelux Economische Unie;
b) „Comité van Ministers”: het Comité van Ministers, ingesteld bij artikel 15 van het Unieverdrag;
c) „Ministers”: de Nederlandse en de Belgische Minister, bedoeld in artikel 7 van het onderhavige Verdrag;
d) „ambtenaren”: de Nederlandse en de Belgische ambtenaar, aangewezen overeenkomstig artikel 7 van het onderhavige Verdrag;
e) „Arbitrale Commissie”: de Arbitrale Commissie, bedoeld in artikel 42 van het onderhavige Verdrag.
a) „Unieverdrag”: het op 3 februari 1958 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden tot instelling van de Benelux Economische Unie;
b) „Comité van Ministers”: het Comité van Ministers, ingesteld bij artikel 15 van het Unieverdrag;
c) „Ministers”: de Nederlandse en de Belgische Minister, bedoeld in artikel 7 van het onderhavige Verdrag;
d) „ambtenaren”: de Nederlandse en de Belgische ambtenaar, aangewezen overeenkomstig artikel 7 van het onderhavige Verdrag;
e) „Arbitrale Commissie”: de Arbitrale Commissie, bedoeld in artikel 42 van het onderhavige Verdrag.