Artikel 1
1. Het vervoer van personen en van goederen met wegvoertuigen voor het internationaal vervoer die in de Russische Federatie of het Koninkrijk der Nederlanden zijn geregistreerd, tussen de Staten van de Overeenkomstsluitende Partijen en in doorvoer over hun grondgebieden, alsmede naar en vanuit derde landen, geschiedt in overeenstemming met deze Overeenkomst.
2. Een vervoerder van de Staat van een Overeenkomstsluitende Partij mag geen vervoer van personen of goederen verrichten tussen punten die gelegen zijn op het grondgebied van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
2. Een vervoerder van de Staat van een Overeenkomstsluitende Partij mag geen vervoer van personen of goederen verrichten tussen punten die gelegen zijn op het grondgebied van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij.