Artikel 1
Ten einde in ieder van de twee landen de kennis van de cultuur van het andere land te verbeteren, zullen de Partijen de samenwerking op onder meer de volgende gebieden bevorderen:
a) uitwisseling van boeken, tijdschriften en andere publikaties;
b) verspreiding van films en van grammofoonplaten van wetenschappelijke, opvoedkundige of culturele aard, en van andere audiovisuele middelen;
c) verzorging van radio- en televisieuitzendingen;
d) organisatie van culturele manifestaties, zoals tentoonstellingen, toneelvoorstellingen en concerten;
e) uitwisseling van schrijvers, kunstenaars en deskundigen op het gebied van de kunst, het jeugdwerk, de voortdurende scholing, de gemeenschapsontwikkeling, de lichamelijke opvoeding en de sport.
Te dien einde zullen Partijen streven naar het vrije verkeer van materiaal ten behoeve van de in dit Artikel genoemde gebieden van culturele samenwerking.
a) uitwisseling van boeken, tijdschriften en andere publikaties;
b) verspreiding van films en van grammofoonplaten van wetenschappelijke, opvoedkundige of culturele aard, en van andere audiovisuele middelen;
c) verzorging van radio- en televisieuitzendingen;
d) organisatie van culturele manifestaties, zoals tentoonstellingen, toneelvoorstellingen en concerten;
e) uitwisseling van schrijvers, kunstenaars en deskundigen op het gebied van de kunst, het jeugdwerk, de voortdurende scholing, de gemeenschapsontwikkeling, de lichamelijke opvoeding en de sport.
Te dien einde zullen Partijen streven naar het vrije verkeer van materiaal ten behoeve van de in dit Artikel genoemde gebieden van culturele samenwerking.