Artikel 1
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder „voertuig”:
1. Ieder mechanisch voortbewogen voertuig dat is gebouwd of ingericht voor: a. het vervoer van goederen
b. het trekken van een ander voertuig dat is gebouwd of ingericht voor het vervoer van goederen.
a. het vervoer van goederen
b. het trekken van een ander voertuig dat is gebouwd of ingericht voor het vervoer van goederen.
2. Iedere aanhangwagen of oplegger die is gebouwd voor het vervoer van goederen.
3. Ieder gemonteerd, verbonden of gekoppeld voertuig, met inbegrip van de hierboven omschreven voertuigen.
1. Ieder mechanisch voortbewogen voertuig dat is gebouwd of ingericht voor: a. het vervoer van goederen
b. het trekken van een ander voertuig dat is gebouwd of ingericht voor het vervoer van goederen.
a. het vervoer van goederen
b. het trekken van een ander voertuig dat is gebouwd of ingericht voor het vervoer van goederen.
2. Iedere aanhangwagen of oplegger die is gebouwd voor het vervoer van goederen.
3. Ieder gemonteerd, verbonden of gekoppeld voertuig, met inbegrip van de hierboven omschreven voertuigen.