Artikel 1
(1). De grens tussen het Nederlandse en het Duitse deel van het continentaal plat onder de Noordzee wordt, in aansluiting aan het bij het Verdrag van 1 december 1964 vastgestelde grensgedeelte, gevormd door de bogen van grootcirkels tussen de volgende punten in de volgorde zoals hieronder aangegeven:
[tabel]
De ligging van de punten E4 tot en met E8 is uitgedrukt in lengte en breedte volgens Europese coördinaten (1e Vereffening 1950).
(2). Het eindpunt E8 van de grens is het snijpunt van de grenzen tussen het Nederlandse, het Duitse en het Engelse deel van het continentaal plat onder de Noordzee.
(3). Deze grens, alsmede het bij het Verdrag van 1 december 1964 vastgestelde grensgedeelte, zijn ter verduidelijking ingetekend op de als Bijlage 1 bij dit Verdrag gevoegde kaart.
[tabel]
De ligging van de punten E4 tot en met E8 is uitgedrukt in lengte en breedte volgens Europese coördinaten (1e Vereffening 1950).
(2). Het eindpunt E8 van de grens is het snijpunt van de grenzen tussen het Nederlandse, het Duitse en het Engelse deel van het continentaal plat onder de Noordzee.
(3). Deze grens, alsmede het bij het Verdrag van 1 december 1964 vastgestelde grensgedeelte, zijn ter verduidelijking ingetekend op de als Bijlage 1 bij dit Verdrag gevoegde kaart.