Artikel 1
1. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
a. „grondgebied’’, met betrekking tot de Republiek Paraguay: het grondgebied waarover zij soevereiniteit en rechtsmacht uitoefent in overeenstemming met het internationale recht en haar grondwet; met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;
b. „bevoegde autoriteit’’, met betrekking tot de Republiek Paraguay: de Minister van Justitie en Werkgelegenheid van Paraguay; met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland;
c. „bevoegd orgaan’’, met betrekking tot de Republiek Paraguay: de Algemene Directie voor Werkgelegenheid van het Ministerie van Justitie en Werkgelegenheid en het Socialezekerheidsinstituut (Instituto de Previsión Social) betreffende de takken van sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, eerste lid; met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de takken van sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, b en c: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; met betrekking tot de takken van sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, e en f: de Sociale verzekeringsbank; met betrekking tot de wetgeving inzake sociale bijstand: het instituut aangewezen door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; of elke organisatie bevoegd tot het uitvoeren van een taak die momenteel wordt uitgevoerd door voornoemde organen;
d. „instanties’’, elke organisatie die betrokken is bij de uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van onder meer de bevolkingsregisters, geboorte-, overlijdens- en huwelijksregisters, belastingautoriteiten, scholen en andere onderwijsinstellingen, handelsautoriteiten, kadasters, politie, gevangeniswezen en immigratiediensten;
e. „wetgeving’’, de wetgeving met betrekking tot de takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2;
f. „uitkering’’, elke uitkering in geld of elk pensioen krachtens de wetgeving;
g. „uitkeringsgerechtigde’’, een persoon die een uitkering aanvraagt of recht heeft op een uitkering;
h. „gezinslid’’, een persoon die als zodanig wordt omschreven of aangemerkt door de wetgeving;
i. „wonen’’, regulier wonen;
j. „verblijven’’, tijdelijk wonen.
2. Andere in dit Verdrag gebruikte termen hebben de betekenis die daaraan in de toegepaste wetgeving wordt gegeven.
a. „grondgebied’’, met betrekking tot de Republiek Paraguay: het grondgebied waarover zij soevereiniteit en rechtsmacht uitoefent in overeenstemming met het internationale recht en haar grondwet; met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;
b. „bevoegde autoriteit’’, met betrekking tot de Republiek Paraguay: de Minister van Justitie en Werkgelegenheid van Paraguay; met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland;
c. „bevoegd orgaan’’, met betrekking tot de Republiek Paraguay: de Algemene Directie voor Werkgelegenheid van het Ministerie van Justitie en Werkgelegenheid en het Socialezekerheidsinstituut (Instituto de Previsión Social) betreffende de takken van sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, eerste lid; met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de takken van sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, b en c: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; met betrekking tot de takken van sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, e en f: de Sociale verzekeringsbank; met betrekking tot de wetgeving inzake sociale bijstand: het instituut aangewezen door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; of elke organisatie bevoegd tot het uitvoeren van een taak die momenteel wordt uitgevoerd door voornoemde organen;
d. „instanties’’, elke organisatie die betrokken is bij de uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van onder meer de bevolkingsregisters, geboorte-, overlijdens- en huwelijksregisters, belastingautoriteiten, scholen en andere onderwijsinstellingen, handelsautoriteiten, kadasters, politie, gevangeniswezen en immigratiediensten;
e. „wetgeving’’, de wetgeving met betrekking tot de takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2;
f. „uitkering’’, elke uitkering in geld of elk pensioen krachtens de wetgeving;
g. „uitkeringsgerechtigde’’, een persoon die een uitkering aanvraagt of recht heeft op een uitkering;
h. „gezinslid’’, een persoon die als zodanig wordt omschreven of aangemerkt door de wetgeving;
i. „wonen’’, regulier wonen;
j. „verblijven’’, tijdelijk wonen.
2. Andere in dit Verdrag gebruikte termen hebben de betekenis die daaraan in de toegepaste wetgeving wordt gegeven.