Artikel 1
1. De Overeenkomstsluitende Partijen doen al het mogelijke, binnen het kader van hun wetten en voorschriften en rekening houdend met hun internationale verplichtingen, om de economische en technologische samenwerking tussen beide landen te ontwikkelen en te versterken op basis van wederzijds voordeel.
2. De Overeenkomstsluitende Partijen stimuleren en bevorderen in het bijzonder de duurzame economische en technologische samenwerking tussen:
a. onderdanen van de onderscheiden Staten;
b. onderdanen van de ene Staat en de andere Staat of de samenstellende delen of instanties daarvan.
2. De Overeenkomstsluitende Partijen stimuleren en bevorderen in het bijzonder de duurzame economische en technologische samenwerking tussen:
a. onderdanen van de onderscheiden Staten;
b. onderdanen van de ene Staat en de andere Staat of de samenstellende delen of instanties daarvan.