BWBV0002254
Geldig vanaf 08-04-1993
Artikel VII
Overeenkomst inzake een uitgebreide politieke regeling van het Kambodjaconflict
1. Alle Partijen verplichten zich ertoe, vanaf de ondertekening van deze Overeenkomst, geen buitenlandse militaire hulp, met inbegrip van wapens, munitie en militaire uitrusting, uit buitenlandse bron te verwerven, noch daarom te verzoeken.
2. De Ondertekenaars wier grondgebied grenst aan Kambodja, nl. de Regeringen van de Democratische Volksrepubliek Laos, het Koninkrijk Thailand en de Socialistische Republiek Vietnam, verplichten zich ertoe:
a. Te voorkomen dat de grondgebieden van hun onderscheiden Staten, met inbegrip van het landgebied, de territoriale zee en het luchtruim, worden gebruikt voor het verlenen van enigerlei vorm van militaire hulp aan enige Kambodjaanse Partij. Bevoorrading met zaken zoals voedsel, water, kleding en medische goederen via hun grondgebieden is toegestaan, maar is, onverminderd de bepalingen van letter c hieronder, bij aankomst in Kambodja onderworpen aan toezicht door de UNTAC;
b. De Bevelhebber van de militaire afdeling van de UNTAC uiterlijk vier weken na de aanvang van de tweede fase van het staakt-het-vuren, schriftelijk te bevestigen dat geen strijdkrachten, wapens, munitie of militaire uitrusting van enige Kambodjaanse Partij op hun grondgebieden aanwezig zijn;
c. In elke hoofdstad een verbindingsofficier van de UNTAC te ontvangen en uiterlijk vier weken na de aanvang van de tweede fase van het staakt-het-vuren een officier met de rang van kolonel of daaraan gelijkwaardig aan te wijzen, ten einde de UNTAC bij te staan bij het onderzoeken, met eerbiediging van hun soevereiniteit, van klachten dat op hun grondgebied activiteiten plaatsvinden die in strijd zijn met de bepalingen van de uitgebreide politieke regeling.
3. Ten einde de UNTAC in staat te stellen de beëindiging van buitenlandse hulp aan alle Kambodjaanse Partijen te controleren komen de Partijen overeen dat zij, bij ondertekening van deze Overeenkomst, de UNTAC alle hun ter beschikking staande informatie verstrekken over de routes waarlangs en de wijze waarop militaire hulp, met inbegrip van wapens, munitie en militaire uitrusting aan enige Partij is verleend. Onmiddellijk na de aanvang van de tweede fase van het staakt-het-vuren neemt de UNTAC de volgende praktische maatregelen:
a. Het instellen van controleposten langs de routes en op geselecteerde plaatsen langs de Kambodjaanse kant van de grens en op vliegvelden in Kambodja;
b. Het patrouilleren in de kust- en binnenwateren van Kambodja;
c. Het onderhouden van mobiele teams op strategische punten in Kambodja die patrouilles uitvoeren en vermeende wapenleveranties aan een van de Partijen onderzoeken.
2. De Ondertekenaars wier grondgebied grenst aan Kambodja, nl. de Regeringen van de Democratische Volksrepubliek Laos, het Koninkrijk Thailand en de Socialistische Republiek Vietnam, verplichten zich ertoe:
a. Te voorkomen dat de grondgebieden van hun onderscheiden Staten, met inbegrip van het landgebied, de territoriale zee en het luchtruim, worden gebruikt voor het verlenen van enigerlei vorm van militaire hulp aan enige Kambodjaanse Partij. Bevoorrading met zaken zoals voedsel, water, kleding en medische goederen via hun grondgebieden is toegestaan, maar is, onverminderd de bepalingen van letter c hieronder, bij aankomst in Kambodja onderworpen aan toezicht door de UNTAC;
b. De Bevelhebber van de militaire afdeling van de UNTAC uiterlijk vier weken na de aanvang van de tweede fase van het staakt-het-vuren, schriftelijk te bevestigen dat geen strijdkrachten, wapens, munitie of militaire uitrusting van enige Kambodjaanse Partij op hun grondgebieden aanwezig zijn;
c. In elke hoofdstad een verbindingsofficier van de UNTAC te ontvangen en uiterlijk vier weken na de aanvang van de tweede fase van het staakt-het-vuren een officier met de rang van kolonel of daaraan gelijkwaardig aan te wijzen, ten einde de UNTAC bij te staan bij het onderzoeken, met eerbiediging van hun soevereiniteit, van klachten dat op hun grondgebied activiteiten plaatsvinden die in strijd zijn met de bepalingen van de uitgebreide politieke regeling.
3. Ten einde de UNTAC in staat te stellen de beëindiging van buitenlandse hulp aan alle Kambodjaanse Partijen te controleren komen de Partijen overeen dat zij, bij ondertekening van deze Overeenkomst, de UNTAC alle hun ter beschikking staande informatie verstrekken over de routes waarlangs en de wijze waarop militaire hulp, met inbegrip van wapens, munitie en militaire uitrusting aan enige Partij is verleend. Onmiddellijk na de aanvang van de tweede fase van het staakt-het-vuren neemt de UNTAC de volgende praktische maatregelen:
a. Het instellen van controleposten langs de routes en op geselecteerde plaatsen langs de Kambodjaanse kant van de grens en op vliegvelden in Kambodja;
b. Het patrouilleren in de kust- en binnenwateren van Kambodja;
c. Het onderhouden van mobiele teams op strategische punten in Kambodja die patrouilles uitvoeren en vermeende wapenleveranties aan een van de Partijen onderzoeken.
- Citeren als
- Art. VII
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002254
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl