BWBV0001672
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 3
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bulgarije inzake internationaal vervoer over de weg, Sofia, 25-11-2003
Geregelde passagiersdiensten Geen andere versie om mee te vergelijken 1 Geregelde passagiersdiensten met gebruikmaking van bussen of autobussen zijn onderworpen aan een systeem van vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten in de landen van vertrek, bestemming en in transitolanden. 2 De vergunningaanvraag dient te worden gedaan bij de bevoegde autoriteiten in het land van vestiging van de vervoersondernemer. Indien de autoriteiten de aanvraag goedkeuren, wordt de vergunning overhandigd aan de bevoegde autoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij. De ingevolge artikel 15 van dit Verdrag ingestelde Gemengde Commissie neemt een beslissing over de vorm van de vergunningaanvraag, de procedure inzake instemming en de vereiste ondersteunende documenten. 3 De vergunningen worden afgegeven met de gezamenlijke instemming van de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen. a. Niettegenstaande de erkenning door de bevoegde autoriteiten van de wenselijkheid van de geregelde dienst, kan een aanvraag voor een vergunning worden afgewezen indien, onder andere: – er geen poolovereenkomst bestaat; – de aanvrager niet in staat is het vervoer waarvoor hij een vergunning heeft aangevraagd te realiseren met de uitrusting die hij tot zijn onmiddellijke beschikking heeft; – de aanvrager in het verleden niet heeft voldaan aan de voorwaarden van de vergunningen voor het internationaal vervoer van personen over de weg of de regels met betrekking tot verkeersveiligheid, met inbegrip van de regels met betrekking tot voertuignormen en de rij- en rusttijden van bestuurders zwaar heeft overtreden; – in geval van een aanvraag om verlenging van een vergunning, niet aan de voorwaarden voor de vergunning is voldaan. b. Een beslissing of een vergunning wordt afgegeven wordt door de bevoegde autoriteiten genomen binnen drie maanden na de datum waarop een volledige aanvraag is ontvangen. Indien een bevoegde autoriteit verzuimt binnen deze periode te antwoorden, wordt deze verondersteld impliciet met de afgifte van een vergunning te hebben ingestemd. c. Een vergunning is geldig voor een periode van maximaal vijf jaar en kan op verzoek worden verlengd. 4 Over wijzigingen van de exploitatievoorwaarden en opheffing van de dienst wordt besloten op basis van de in het tweede en derde lid vervatte procedure. Indien er geen vraag meer bestaat naar de dienst kan de exploitant deze opheffen door middel van een drie weken van tevoren gedane kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten die de vergunning hebben afgegeven en aan de klanten.