BWBV0001441
Geldig vanaf 01-10-2024
Artikel 7.03
Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart
1. Tot het laden en lossen van een schip behoren ook de maatregelen tot nalossen alsmede
a. bij wassen, voor het wassen en
b. bij ontgassen, voor het ontgassen
die ingevolge dit Deel B zijn vereist. De restlading behoort zo veel mogelijk aan de lading te worden toegevoegd.
2. Bij het laden draagt de verlader er zorg voor dat het schip vrij van overslagresten blijft. Zijn echter toch overslagresten ontstaan, dan draagt de verlader na het laden zorg voor de verwijdering van deze overslagresten, tenzij iets anders is overeengekomen.
3. Bij het lossen draagt de ladingontvanger er zorg voor dat het schip vrij van overslagresten blijft. Zijn echter toch overslagresten ontstaan, dan draagt de ladingontvanger zorg voor de verwijdering. Overslagresten behoren zo veel mogelijk aan de lading te worden toegevoegd.
a. bij wassen, voor het wassen en
b. bij ontgassen, voor het ontgassen
die ingevolge dit Deel B zijn vereist. De restlading behoort zo veel mogelijk aan de lading te worden toegevoegd.
2. Bij het laden draagt de verlader er zorg voor dat het schip vrij van overslagresten blijft. Zijn echter toch overslagresten ontstaan, dan draagt de verlader na het laden zorg voor de verwijdering van deze overslagresten, tenzij iets anders is overeengekomen.
3. Bij het lossen draagt de ladingontvanger er zorg voor dat het schip vrij van overslagresten blijft. Zijn echter toch overslagresten ontstaan, dan draagt de ladingontvanger zorg voor de verwijdering. Overslagresten behoren zo veel mogelijk aan de lading te worden toegevoegd.
- Citeren als
- Art. 7.03
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001441
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl