BWBV0001441
Geldig vanaf 01-08-2023
Artikel 2.03
Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart
1. Elk gemotoriseerd schip moet, indien het gasolie gebruikt, een geldig olie-afgifteboekje, volgens het model opgenomen in Aanhangsel I, aan boord hebben, dat door de bevoegde autoriteit wordt verstrekt. Dit olie-afgifteboekje moet aan boord worden bewaard. Na verkrijging van een nieuw olie-afgifteboekje moet het voorgaande olieafgifteboekje ten minste zes maanden na de laatste daarin opgenomen vermelding van afgifte aan boord worden bewaard.
2. Olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval moet met regelmatige, van de staat en van het gebruik van het schip afhankelijke, tussenpozen tegen ontvangstbewijs worden afgegeven aan de ontvangstinrichtingen. Het bewijs bestaat uit een aantekening door de ontvangstinrichting in het olie-afgifteboekje.
3. Zeeschepen die beschikken over een oliejournaal ingevolge het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee door schepen (MARPOL), zijn vrijgesteld van de verplichting tot het voeren van een olieafgifteboekje als bedoeld in het eerste lid.
2. Olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval moet met regelmatige, van de staat en van het gebruik van het schip afhankelijke, tussenpozen tegen ontvangstbewijs worden afgegeven aan de ontvangstinrichtingen. Het bewijs bestaat uit een aantekening door de ontvangstinrichting in het olie-afgifteboekje.
3. Zeeschepen die beschikken over een oliejournaal ingevolge het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee door schepen (MARPOL), zijn vrijgesteld van de verplichting tot het voeren van een olieafgifteboekje als bedoeld in het eerste lid.
- Citeren als
- Art. 2.03
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001441
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl