BWBV0001109
Geldig vanaf 28-12-2004
Artikel XXVI
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen
a. Bij de vaststelling bedoeld in het achtste lid, onderdeel d, onder ii, is het wel te verstaan dat deze gebaseerd is op een beoordeling van de besluitvorming van alle directieleden en hogere leidinggevenden die deel uitmaken van de directie of de raad van bestuur van het lichaam, naar gelang van het geval, tenzij deze personen slechts formeel hun goedkeuring hechten aan beslissingen die in feite door anderen worden genomen. Indien de hogere leidinggevenden van directe of indirecte dochtermaatschappijen van het lichaam de beleidsfuncties vervullen die normaliter tot de verantwoordelijkheid van de directie of de raad van bestuur van een vennootschappelijke groep behoren, zoals omschreven in het achtste lid, onderdeel e, onder iii, worden zij in dit opzicht aangemerkt als leden van de directie of van de raad van bestuur van het lichaam. Indien er speciale stem- of andere regelingen zijn waaruit blijkt dat de leden van de directie (met inbegrip van de personen omschreven in de vorige zin) niet feitelijk op gelijke voet betrokken zijn bij de besluitvorming, worden deze personen slechts in de mate waarin zij verantwoordelijk zijn voor het nemen van de besluiten beschreven in het achtste lid, onderdeel e, onder iii, in aanmerking genomen.
b. Indien een lichaam dat inwoner is van Nederland en waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een of meer erkende effectenbeurzen de moedermaatschappij is van een geïntegreerd concern dat tevens een andere moedermaatschappij omvat waarvan de aandelen eveneens regelmatig worden verhandeld op een of meer erkende effectenbeurzen en die andere moedermaatschappij inwoner is van een staat in de primaire economische zone van Nederland die een inkomstenbelastingverdrag heeft met de Verenigde Staten dat in vergelijkbare situaties voorziet in dezelfde of lagere inhoudingspercentages ten aanzien van dividenden, belastingheffing van vaste inrichtingen, interest en royalty's zoals voorzien in de artikelen 10 (Dividenden), 11 (Belastingheffing van vaste inrichtingen), 12 (Interest) en 13 (Royalty's) van de Overeenkomst, wordt het eerstbedoelde lichaam behandeld alsof het voldoet aan de vereisten van het achtste lid, onderdeel e, onder iii, wat betreft de locatie van de staf, indien deze van de aldaar omschreven activiteiten meer verricht in Nederland en in die andere staat dan in enige andere staat. Daartoe wordt verstaan onder een „geïntegreerd concern” een groep lichamen die de twee moedermaatschappijen omvat zoals beschreven in de vorige zin alsmede ketens van dochterondernemingen waarvan de moedermaatschappijen gezamenlijk de economische eigendom hebben.
b. Indien een lichaam dat inwoner is van Nederland en waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een of meer erkende effectenbeurzen de moedermaatschappij is van een geïntegreerd concern dat tevens een andere moedermaatschappij omvat waarvan de aandelen eveneens regelmatig worden verhandeld op een of meer erkende effectenbeurzen en die andere moedermaatschappij inwoner is van een staat in de primaire economische zone van Nederland die een inkomstenbelastingverdrag heeft met de Verenigde Staten dat in vergelijkbare situaties voorziet in dezelfde of lagere inhoudingspercentages ten aanzien van dividenden, belastingheffing van vaste inrichtingen, interest en royalty's zoals voorzien in de artikelen 10 (Dividenden), 11 (Belastingheffing van vaste inrichtingen), 12 (Interest) en 13 (Royalty's) van de Overeenkomst, wordt het eerstbedoelde lichaam behandeld alsof het voldoet aan de vereisten van het achtste lid, onderdeel e, onder iii, wat betreft de locatie van de staf, indien deze van de aldaar omschreven activiteiten meer verricht in Nederland en in die andere staat dan in enige andere staat. Daartoe wordt verstaan onder een „geïntegreerd concern” een groep lichamen die de twee moedermaatschappijen omvat zoals beschreven in de vorige zin alsmede ketens van dochterondernemingen waarvan de moedermaatschappijen gezamenlijk de economische eigendom hebben.
- Citeren als
- Art. XXVI
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001109
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl