1. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt ten behoeve van een verzekerde als bedoeld in
artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet die een vergoeding ontvangt in de vorm van een Zvw-pgb als bedoeld in
artikel 13a, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet gedurende een periode van ten minste twee jaar na inwerkingtreding van dit artikel een bedrag ter beschikking indien het loon van de zorgverlener na aftrek van de loonbelasting als bedoeld in
artikel 1 van de Wet op de loonbelasting 1964 als gevolg van deze wet in de praktijk ontvangt lager is dan het inkomen uit werk en woning na aftrek van de inkomstenbelasting als bedoeld in
artikel 1.1 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 op de dag voor inwerkingtreding van deze wet ontving voor dezelfde zorg of dienst.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de compensatie van verzekerden, bedoeld in het eerste lid.