1. Een veiligheidscertificaat dat is afgegeven op grond van
artikel 6 of
12 van het besluit voor of op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van deze regeling behoudt diens geldigheid gedurende de in dat veiligheidscertificaat opgenomen geldigheidsduur.
2. Op schepen waarvoor voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een veiligheidscertificaat als bedoeld in
artikel 6 of
12 van het besluit was afgegeven, blijft het bepaalde in het besluit en de
Regeling veiligheid zeeschepen zoals het luidde voor de dag van inwerkingtreding van deze regeling van toepassing gedurende de geldigheidsduur van dat veiligheidscertificaat.
3. Voor een schip waarvoor op grond van artikel 3b, tweede, derde of zesde lid, een certificaat als bedoeld in
artikel 6a van het besluit gecombineerd wordt met het nationaal of internationaal veiligheidscertificaat, geldt de in die leden opgenomen verplichting vanaf het tijdstip dat het reeds afgegeven veiligheidscertificaat vervalt.
4. Voor de toepassing van
artikelen 6c en
6d blijft het bepaalde in
artikel 12 van het besluit zoals dat luidde voor de dag van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing tot het moment dat voor de schepen, bedoeld in
artikelen 6c en
6d een nationaal veiligheidscertificaat benodigd is.