BWBR0052495
Geldig vanaf 04-04-2026
Artikel 3:5
Uitvoeringsregeling AMAR
1. De kosten, bedoeld in artikel 16bis, tweede lid, van het AMAR, worden vergoed:
a. tot ten hoogste € 1.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vanaf het moment van het einde van de dienverplichting tot twee jaar duurt;
b. tot ten hoogste € 2.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vanaf het moment van het einde van de dienverplichting twee tot vier jaar duurt;
c. tot ten hoogste € 3.600,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vanaf het moment van het einde van de dienverplichting vier tot zes jaar duurt;
d. tot ten hoogste € 5.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vanaf het moment van het einde van de dienverplichting zes tot acht jaar duurt;
e. tot ten hoogste € 7.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vanaf het moment van het einde van de dienverplichting langer dan acht jaar duurt;
f. voor de militair aangesteld bij het beroepspersoneel zonder dienverplichting: 1° tot ten hoogste € 1.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vier tot zes jaar duurt;
2° tot ten hoogste € 2.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel zes tot acht jaar duurt;
3° tot ten hoogste € 3.600,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel acht tot tien jaar duurt;
4° tot ten hoogste € 5.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel tien tot twaalf jaar duurt;
5° tot ten hoogste € 7.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel langer dan twaalf jaar duurt.
1° tot ten hoogste € 1.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vier tot zes jaar duurt;
2° tot ten hoogste € 2.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel zes tot acht jaar duurt;
3° tot ten hoogste € 3.600,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel acht tot tien jaar duurt;
4° tot ten hoogste € 5.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel tien tot twaalf jaar duurt;
5° tot ten hoogste € 7.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel langer dan twaalf jaar duurt.
2. In aanvulling op de vergoeding van de opleidingskosten, bedoeld in het eerste lid, wordt een extra vergoeding toegekend:
a. tot ten hoogste € 600,– indien de militair een uitzendverleden heeft van maximaal een half jaar;
b. tot ten hoogste € 1.200,– indien de militair een uitzendverleden heeft van een half jaar of meer maar minder dan een jaar;
c. tot ten hoogste € 1.800,– indien de militair een uitzendverleden heeft van een jaar of meer maar minder dan twee jaar;
d. tot ten hoogste € 2.400,– indien de militair een uitzendverleden heeft van twee jaar of meer.
a. tot ten hoogste € 1.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vanaf het moment van het einde van de dienverplichting tot twee jaar duurt;
b. tot ten hoogste € 2.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vanaf het moment van het einde van de dienverplichting twee tot vier jaar duurt;
c. tot ten hoogste € 3.600,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vanaf het moment van het einde van de dienverplichting vier tot zes jaar duurt;
d. tot ten hoogste € 5.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vanaf het moment van het einde van de dienverplichting zes tot acht jaar duurt;
e. tot ten hoogste € 7.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vanaf het moment van het einde van de dienverplichting langer dan acht jaar duurt;
f. voor de militair aangesteld bij het beroepspersoneel zonder dienverplichting: 1° tot ten hoogste € 1.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vier tot zes jaar duurt;
2° tot ten hoogste € 2.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel zes tot acht jaar duurt;
3° tot ten hoogste € 3.600,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel acht tot tien jaar duurt;
4° tot ten hoogste € 5.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel tien tot twaalf jaar duurt;
5° tot ten hoogste € 7.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel langer dan twaalf jaar duurt.
1° tot ten hoogste € 1.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel vier tot zes jaar duurt;
2° tot ten hoogste € 2.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel zes tot acht jaar duurt;
3° tot ten hoogste € 3.600,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel acht tot tien jaar duurt;
4° tot ten hoogste € 5.400,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel tien tot twaalf jaar duurt;
5° tot ten hoogste € 7.200,– wanneer de aanstelling bij het beroepspersoneel langer dan twaalf jaar duurt.
2. In aanvulling op de vergoeding van de opleidingskosten, bedoeld in het eerste lid, wordt een extra vergoeding toegekend:
a. tot ten hoogste € 600,– indien de militair een uitzendverleden heeft van maximaal een half jaar;
b. tot ten hoogste € 1.200,– indien de militair een uitzendverleden heeft van een half jaar of meer maar minder dan een jaar;
c. tot ten hoogste € 1.800,– indien de militair een uitzendverleden heeft van een jaar of meer maar minder dan twee jaar;
d. tot ten hoogste € 2.400,– indien de militair een uitzendverleden heeft van twee jaar of meer.
- Citeren als
- Art. 3:5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052495
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl