Onze Minister van Financiën zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat:
a. artikel I, onderdeel A, en artikel III voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot berekeningsjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2026;
b. artikel II, onderdeel C, terugwerkt tot en met 1 januari 2025;
c. artikel II, onderdeel D, terugwerkt terug tot en met 1 april 2025;
d. artikel II, onderdeel G, terugwerkt tot en met 15 juli 2023.