1. Recht op toegang tot gegevens in het Schengeninformatiesysteem en het recht tot rechtstreekse bevraging daarvan hebben:
a. Onze Minister van Asiel en Migratie ten behoeve van de doelen, genoemd in: – artikel 34, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
– artikel 34, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
b. Onze Minister van Buitenlandse Zaken ten behoeve van de doelen, genoemd in; – artikelen 34, eerste lid, onderdeel f, vierde lid en artikel 41, zesde lid, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikelen 34, eerste lid, onderdeel f, vierde lid en artikel 41, zesde lid, van de SIS-verordening grenscontroles;
c. het openbaar ministerie ten behoeve van de doelen, genoemd in: – artikel 34, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
– artikel 34, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
d. de politie ten behoeve van de doelen, genoemd in: – artikel 34, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
– artikel 34, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
e. de Koninklijke marechaussee ten behoeve van de doelen, genoemd in: – artikel 34, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
– artikel 34, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
f. de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, ten behoeve van de doelen, genoemd in: – artikel 34, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
– artikel 34, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;
g. de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in artikel 5 van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven, ten behoeve van de doelen, genoemd in: – artikel 34, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken; en
– artikel 34, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel c, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken; en
h. de Douane ten behoeve van de doelen, genoemd in: – artikel 34, eerste lid, onderdeel b, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.
– artikel 34, eerste lid, onderdeel b, van de SIS-verordening grenscontroles;
– artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.
2. De in het eerste lid bedoelde instanties maken een lijst met benamingen van functies openbaar, waarvoor geldt dat de personen die de functie bekleden geautoriseerd kunnen worden voor toegang tot en bevraging van het SIS ten behoeve van de in het eerste lid genoemde doelen.