Onze Minister van Financiën zendt in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid binnen drie jaar na de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen A, B en C, van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die onderdelen in de praktijk.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.