Artikel 1
1. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besluiten te nemen in het kader van de Subsidieregeling Borgstelling MKB-kredieten Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
2. Het mandaat, de volmacht en de machtiging, bedoeld in het eerste lid en in artikel 3en 4, hebben mede betrekking op alle benodigde werkzaamheden ter voorbereiding en ter uitvoering van de besluiten, daaronder begrepen het nemen van besluiten op bezwaarschriften, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in mandaat is genomen, en op het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures.
2. Het mandaat, de volmacht en de machtiging, bedoeld in het eerste lid en in artikel 3en 4, hebben mede betrekking op alle benodigde werkzaamheden ter voorbereiding en ter uitvoering van de besluiten, daaronder begrepen het nemen van besluiten op bezwaarschriften, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in mandaat is genomen, en op het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures.