Artikel 1
De volgende functionarissen hebben mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein:
− de hoofddirecteur Financiën & Services en de hoofddirecteur Uitvoering;
− de managers van de tweede, derde en vierde managementlaag onder het niveau van directeur-generaal;
− de medewerkers vallend onder de volgende directeuren: de directeur Onderwijsvolgers en de directeur Registers & Examens;
− de managers van de programmadirectie Controles & Herzieningen;
− de centrale klachtenfunctionaris/de functionaris Nationale ombudsman, de functionarissen Wet open overheid, de Klachtenfunctionarissen Onderwijsvolgers, de Klachtenfunctionarissen Controles & Herzieningen, de medewerkers klachtafhandeling Servicecentrum Inburgering, de Klachtenfunctionarissen Registers & Examens en de Klachtenfunctionarissen Onderwijsinstellingen.
− de hoofddirecteur Financiën & Services en de hoofddirecteur Uitvoering;
− de managers van de tweede, derde en vierde managementlaag onder het niveau van directeur-generaal;
− de medewerkers vallend onder de volgende directeuren: de directeur Onderwijsvolgers en de directeur Registers & Examens;
− de managers van de programmadirectie Controles & Herzieningen;
− de centrale klachtenfunctionaris/de functionaris Nationale ombudsman, de functionarissen Wet open overheid, de Klachtenfunctionarissen Onderwijsvolgers, de Klachtenfunctionarissen Controles & Herzieningen, de medewerkers klachtafhandeling Servicecentrum Inburgering, de Klachtenfunctionarissen Registers & Examens en de Klachtenfunctionarissen Onderwijsinstellingen.