1. Als bevelvoerende militairen, bedoeld in
artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrechtworden als tot opleggen van straffen bevoegden bij de
Bestuursstafaangewezen:
a. bij de Defensiestaf: 1° de Commandant der Strijdkrachten voor de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
2° de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten voor het personeel behorende tot de Defensiestaf waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° de Chef Kabinet;
4° de Directeur Aansturen Operationele Gereedheid;
5° de Directeur Internationale Militaire Samenwerking;
6° de Directeur Plannen;
7° de Directeur Directie Operaties;
8° de Chef Staf Defensie Cyber Commando;
9° de Commandant NLD SOCOM;
10° de Commandant Cyber Operations;
11° de Commandant Cyber Warfare and Training Center;
12° de Commandant Cyberreservisten.
1° de Commandant der Strijdkrachten voor de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
2° de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten voor het personeel behorende tot de Defensiestaf waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° de Chef Kabinet;
4° de Directeur Aansturen Operationele Gereedheid;
5° de Directeur Internationale Militaire Samenwerking;
6° de Directeur Plannen;
7° de Directeur Directie Operaties;
8° de Chef Staf Defensie Cyber Commando;
9° de Commandant NLD SOCOM;
10° de Commandant Cyber Operations;
11° de Commandant Cyber Warfare and Training Center;
12° de Commandant Cyberreservisten.
b. Bij het Directoraat-Generaal Beleid: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
c. Bij de Hoofddirectie Financiën en Control: de Directeur Begroting;
d. Bij de Directie Juridische Zaken: het Hoofd Militair Juridische Dienst;
e. Bij Bureau SG: de Projectdirecteur Versterken Bestuursondersteuning en Advies;
f. Voor het militaire personeel van het Kerndepartement waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
g. Bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: het Hoofd Beveiliging en Ondersteuning;
h. Bij de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht: de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht;
i. Bij de Inspectie Veiligheid Defensie: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
j. Bij de Militaire Luchtvaart Autoriteit: de Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit;
k. Bij de Centrale Organisatie Integriteit Defensie: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
l. Bij de Inspectie Militaire Gezondheidszorg: de Inspecteur Militaire Gezondheidszorg;
m. Bij het Militair Huis van de Koning: de Chef Militair Huis van de Koning.
2. Als bevelvoerende militairen, bedoeld in
artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrechtworden als tot opleggen van straffen bevoegden bij het
Commando Zeestrijdkrachten(CZSK) aangewezen:
a. bij de Staf van het Commando Zeestrijdkrachten: 1° de Plaatsvervangend Commandant Zeestrijdkrachten;
2° de Groepscommandant Groot Boven Water;
3° de Groepscommandant Mijnendienst;
4° de Groepscommandant Onderzeedienst;
5° de Groepscommandant Operationele Eenheden Mariniers;
6° de Directeur Kustwacht;
7° de Commandant van een detachement van het Commando Zeestrijdkrachten;
8° de voor een oefening buiten Nederland aangewezen commandant van een samengestelde eenheid onder bevel van het Commando Zeestrijdkrachten;
9° het Hoofd Bureau Flexibele Capaciteit voor de reservist, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerde is aangewezen;
1° de Plaatsvervangend Commandant Zeestrijdkrachten;
2° de Groepscommandant Groot Boven Water;
3° de Groepscommandant Mijnendienst;
4° de Groepscommandant Onderzeedienst;
5° de Groepscommandant Operationele Eenheden Mariniers;
6° de Directeur Kustwacht;
7° de Commandant van een detachement van het Commando Zeestrijdkrachten;
8° de voor een oefening buiten Nederland aangewezen commandant van een samengestelde eenheid onder bevel van het Commando Zeestrijdkrachten;
9° het Hoofd Bureau Flexibele Capaciteit voor de reservist, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerde is aangewezen;
b. bij de Directie Operaties: 1° de Directeur Operaties;
2° de Chef der Hydrografie;
3° de Commandant Defensie Duikgroep;
4° de Commandant Netherlands Maritime Force;
5° het Hoofd Maritime Warfare Center;
6° het Hoofd Maritiem Hoofdkwartier ABNL;
7° de Commandant Marine Training Command;
8° de Commandant van een Marine Combat Group;
9° de Commandant Surface Assault and Training Group;
10° de Commandant Netherlands Maritime Special Operations Force;
11° de Commandant Sea-based Support Group;
1° de Directeur Operaties;
2° de Chef der Hydrografie;
3° de Commandant Defensie Duikgroep;
4° de Commandant Netherlands Maritime Force;
5° het Hoofd Maritime Warfare Center;
6° het Hoofd Maritiem Hoofdkwartier ABNL;
7° de Commandant Marine Training Command;
8° de Commandant van een Marine Combat Group;
9° de Commandant Surface Assault and Training Group;
10° de Commandant Netherlands Maritime Special Operations Force;
11° de Commandant Sea-based Support Group;
c. bij de Directie Materiële Instandhouding: 1° de Algemeen Directeur Materiële Instandhouding;
2° het Hoofd Maritieme Ondersteuning;
3° de Commandant van de Marinekazerne Amsterdam voor het militair personeel werkzaam bij het Commando Zeestrijdkrachten met de standplaats Amsterdam, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
4° de Commandant van de Van Ghentkazerne voor het militair personeel werkzaam bij het Commando Zeestrijdkrachten met de standplaats Rotterdam, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
5° de Commandant van de Van Braam Houckgeestkazerne voor het militair personeel werkzaam bij het Commando Zeestrijdkrachten met de standplaats Doorn, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
6° de Commandant van de kazerne, waarop de Sociaal Medische Dienst is gehuisvest, voor het militair personeel werkzaam bij de Sociaal Medische Dienst;
7° het Hoofd Afdeling Maritieme Instandhouding;
8° het Hoofd Afdeling Maritieme Logistiek;
1° de Algemeen Directeur Materiële Instandhouding;
2° het Hoofd Maritieme Ondersteuning;
3° de Commandant van de Marinekazerne Amsterdam voor het militair personeel werkzaam bij het Commando Zeestrijdkrachten met de standplaats Amsterdam, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
4° de Commandant van de Van Ghentkazerne voor het militair personeel werkzaam bij het Commando Zeestrijdkrachten met de standplaats Rotterdam, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
5° de Commandant van de Van Braam Houckgeestkazerne voor het militair personeel werkzaam bij het Commando Zeestrijdkrachten met de standplaats Doorn, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
6° de Commandant van de kazerne, waarop de Sociaal Medische Dienst is gehuisvest, voor het militair personeel werkzaam bij de Sociaal Medische Dienst;
7° het Hoofd Afdeling Maritieme Instandhouding;
8° het Hoofd Afdeling Maritieme Logistiek;
d. bij de Directie Personeel en Organisatie: 1° de Directeur Personeel en Organisatie;
2° Hoofd Personeel en Organisatie Koninklijke Marine;
3° het Hoofd Opleidingen Koninklijke Marine;
4° de Commandant, dan wel de Chef Staf, van de Nederlands Belgische Operationele School, afhankelijk van welke van deze twee functies de hoogst geplaatste Nederlandse militair bij de school is;
5° de Commandant van de Koninklijke Marine Technische Opleidingen;
6° de Commandant van de School voor Militaire Vorming Bedrijfsvoering en Onderwijskunde;
7° de Commandant van de School voor Chemische, Biologische, Radiologische en Nucleaire Verdediging, Damage Control en bedrijfsveiligheid;
8° de Commandant van de Defensie Duikschool;
9° de Commandant van het Mariniers Opleidingscentrum;
10° de Chef Staf Naval Academy;
11° het Hoofd Geneeskundige en Personele Zorg;
12° het Hoofd Juridische Zaken;
13° het Hoofd Afdeling Communicatie;
14° de Chef Kabinet;
1° de Directeur Personeel en Organisatie;
2° Hoofd Personeel en Organisatie Koninklijke Marine;
3° het Hoofd Opleidingen Koninklijke Marine;
4° de Commandant, dan wel de Chef Staf, van de Nederlands Belgische Operationele School, afhankelijk van welke van deze twee functies de hoogst geplaatste Nederlandse militair bij de school is;
5° de Commandant van de Koninklijke Marine Technische Opleidingen;
6° de Commandant van de School voor Militaire Vorming Bedrijfsvoering en Onderwijskunde;
7° de Commandant van de School voor Chemische, Biologische, Radiologische en Nucleaire Verdediging, Damage Control en bedrijfsveiligheid;
8° de Commandant van de Defensie Duikschool;
9° de Commandant van het Mariniers Opleidingscentrum;
10° de Chef Staf Naval Academy;
11° het Hoofd Geneeskundige en Personele Zorg;
12° het Hoofd Juridische Zaken;
13° het Hoofd Afdeling Communicatie;
14° de Chef Kabinet;
e. bij de Directie Integrale Bedrijfsvoering en Bestuur 1° de Directeur Integrale Bedrijfsvoering en Bestuur;
2° het Hoofd Bedrijfsvoering en Informatievoorziening;
3° het Hoofd Beheer kustwacht NL en CARIB;
4° het Hoofd Buro Strategie en Advies;
5° het Hoofd Integratie;
6° het Hoofd Stafbureau Integrale Beveiliging;
7° het Hoofd Stafbureau Veiligheid en Milieu;
8° het Hoofd Stafbureau Vastgoed;
9° het Hoofd Verander en Innovatie Management;
1° de Directeur Integrale Bedrijfsvoering en Bestuur;
2° het Hoofd Bedrijfsvoering en Informatievoorziening;
3° het Hoofd Beheer kustwacht NL en CARIB;
4° het Hoofd Buro Strategie en Advies;
5° het Hoofd Integratie;
6° het Hoofd Stafbureau Integrale Beveiliging;
7° het Hoofd Stafbureau Veiligheid en Milieu;
8° het Hoofd Stafbureau Vastgoed;
9° het Hoofd Verander en Innovatie Management;
f. bij de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied: 1° de plaatsvervangend Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied voor het militair personeel geplaatst binnen het bevelsgebied van de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere binnen dit bevelsgebied is aangewezen;
2° de officier belast met het bevel over een vaartuig van de kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied;
3° het Hoofd Operatien Kustwacht CARIB.
1° de plaatsvervangend Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied voor het militair personeel geplaatst binnen het bevelsgebied van de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere binnen dit bevelsgebied is aangewezen;
2° de officier belast met het bevel over een vaartuig van de kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied;
3° het Hoofd Operatien Kustwacht CARIB.
3. Als bevelvoerende militairen, bedoeld in
artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrechtworden als tot opleggen van straffen bevoegden bij het
Commando Landstrijdkrachten(CLAS) aangewezen:
a. bij de Staf Commando Landstrijdkrachten: 1° de plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten;
2° de Chef Kabinet;
3° het Hoofd van de Afdeling Integratie;
4° het Hoofd van de Afdeling Bestuursondersteuning;
5° de Directeur Financiën & Control;
6° de Directeur Training & Operatiën;
7° de Commandant Territoriaal Operatiecentrum;
8° de Directeur Materieel & Diensten;
9° de Directeur Personeel & Organisatie;
10° het Hoofd Trainingsgeneeskunde & Trainingsfysiologie;
11° de Commandant Personeelslogistiek Commando;
1° de plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten;
2° de Chef Kabinet;
3° het Hoofd van de Afdeling Integratie;
4° het Hoofd van de Afdeling Bestuursondersteuning;
5° de Directeur Financiën & Control;
6° de Directeur Training & Operatiën;
7° de Commandant Territoriaal Operatiecentrum;
8° de Directeur Materieel & Diensten;
9° de Directeur Personeel & Organisatie;
10° het Hoofd Trainingsgeneeskunde & Trainingsfysiologie;
11° de Commandant Personeelslogistiek Commando;
b. bij HQ 1 (GE/NL)Corps: 1° de plaatsvervangend Commandant van de Staff Support Company van het Staff Support Battalion van HQ 1 (GE/NL)Corps;
2° de plaatsvervangend Commandant van het Staff Support Battalion van HQ 1 (GE/NL)Corps voor het personeel van het Staff Support Battalion van HQ 1 (GE/NL) Corps waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° het Hoofd Sectie 1 van het CIS Battalion voor het Nederlandse personeel van de Staf en de Staff Company van het CIS Battalion van HQ 1 (GE/NL)Corps;
4° de plaatsvervangend Commandant van 1 CIS Company van het CIS Battalion van HQ 1 (GE/NL)Corps;
5° de Chief of Staff, of als deze functie niet door Nederland is bezet de Deputy of Staff Operations and Training, voor het Nederlandse personeel werkzaam bij HQ 1 (GE/NL)Corps waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
6° de Deputy Assistant Chief of Staff (DACOS) G3 voor het Nederlandse personeel werkzaam bij de Operations and Training Division van HQ 1 (GE/NL)Corps;
7° de Assistant Chief of Staff (ACOS) G8 voor het Nederlandse personeel werkzaam bij de Resources Division van HQ 1 (GE/NL)Corps;
8° de ACOS G5, of als deze functie niet door Nederland is bezet de DACOS G5 voor het Nederlandse personeel werkzaam bij de Knowledge, Plans and Policy Division van HQ 1 (GE/NL)Corps;
9° de Staff Officier Plans voor het Nederlandse personeel werkzaam bij de Communication and engagement Division van HQ 1 (GE/NL)Corps.
1° de plaatsvervangend Commandant van de Staff Support Company van het Staff Support Battalion van HQ 1 (GE/NL)Corps;
2° de plaatsvervangend Commandant van het Staff Support Battalion van HQ 1 (GE/NL)Corps voor het personeel van het Staff Support Battalion van HQ 1 (GE/NL) Corps waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° het Hoofd Sectie 1 van het CIS Battalion voor het Nederlandse personeel van de Staf en de Staff Company van het CIS Battalion van HQ 1 (GE/NL)Corps;
4° de plaatsvervangend Commandant van 1 CIS Company van het CIS Battalion van HQ 1 (GE/NL)Corps;
5° de Chief of Staff, of als deze functie niet door Nederland is bezet de Deputy of Staff Operations and Training, voor het Nederlandse personeel werkzaam bij HQ 1 (GE/NL)Corps waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
6° de Deputy Assistant Chief of Staff (DACOS) G3 voor het Nederlandse personeel werkzaam bij de Operations and Training Division van HQ 1 (GE/NL)Corps;
7° de Assistant Chief of Staff (ACOS) G8 voor het Nederlandse personeel werkzaam bij de Resources Division van HQ 1 (GE/NL)Corps;
8° de ACOS G5, of als deze functie niet door Nederland is bezet de DACOS G5 voor het Nederlandse personeel werkzaam bij de Knowledge, Plans and Policy Division van HQ 1 (GE/NL)Corps;
9° de Staff Officier Plans voor het Nederlandse personeel werkzaam bij de Communication and engagement Division van HQ 1 (GE/NL)Corps.
c. bij 11 Luchtmobiele Brigade (11 LMB): 1° de Commandant 11 LMB;
2° de Chef Staf 11 LMB voor het personeel van de staf;
3° de Commandant van het Basecommando.
1° de Commandant 11 LMB;
2° de Chef Staf 11 LMB voor het personeel van de staf;
3° de Commandant van het Basecommando.
d. bij 13 Lichte Brigade (13 Ltbrig): 1° de Commandant 13 Ltbrig;
2° de Chef Staf 13 Ltbrig voor het personeel van de staf;
3° de Commandant van het Basecommando;
4° de Commandant van een herstelpeloton 13 Hrstcie Ltbrig.
1° de Commandant 13 Ltbrig;
2° de Chef Staf 13 Ltbrig voor het personeel van de staf;
3° de Commandant van het Basecommando;
4° de Commandant van een herstelpeloton 13 Hrstcie Ltbrig.
e. bij 43 Gemechaniseerde Brigade (43 Mechbrig): 1° de Commandant 43 Mechbrig;
2° de Chef Staf 43 Mechbrig voor het personeel van de staf;
3° de Commandant van het Basecommando;
4° de Commandant van een herstelpeloton 43 Hrstcie Mechbrig;
5° de Commandant NLD Personeel Panzerbataillon 414, buiten de 4e Cie.
1° de Commandant 43 Mechbrig;
2° de Chef Staf 43 Mechbrig voor het personeel van de staf;
3° de Commandant van het Basecommando;
4° de Commandant van een herstelpeloton 43 Hrstcie Mechbrig;
5° de Commandant NLD Personeel Panzerbataillon 414, buiten de 4e Cie.
f. bij het Korps Commandotroepen (KCT): 1° de Commandant KCT;
2° de Chef Staf KCT tevens plaatsvervangend Commandant KCT voor het personeel van de staf;
3° het Hoofd Interservice Kenniscentrum Speciale Operaties;
4° de Commandant Defensie Paraschool.
1° de Commandant KCT;
2° de Chef Staf KCT tevens plaatsvervangend Commandant KCT voor het personeel van de staf;
3° het Hoofd Interservice Kenniscentrum Speciale Operaties;
4° de Commandant Defensie Paraschool.
g. bij het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL): 1° de Commandant OOCL;
2° de Chef Staf OOCL voor het personeel van de staf;
3° de Commandant Vuursteuncommando;
4° het Hoofd DECJPS voor het personeel van de VUSTCO-staf;
5° de Commandant Artillerie Schietkamp;
6° de Commandant Vuursteunschool;
7° de Commandant van het B&TCo;
8° de Chef Staf B&TCo voor het personeel van de staf;
9° de Commandant C2OSTCO (C2ondersteuningscommando);
10° Chef Staf C2OSTCO voor het militaire personeel van de staf;
11° Het Hoofd Kenniscentrum voor het militaire personeel van het Kenniscentrum C2OSTCO;
12° de Commandant SVBDD voor de School Verbindingsdienst;
13° de Commandant 1 Civiel en Militair Interactie Commando;
14° de Netwerkcommandanten van 1 Civiel en Militair Interactie Commando;
15° de Chef Staf CMICO voor het militaire personeel van de staf;
16° de Commandant Ondersteuningsgroep (OG) CLAS;
17° de Directeur van het Militair Penitentiair Centrum;
18° de Commandant Dienst Geografie CLAS;
19° de Commandant KMK JWF voor het militair personeel van de Koninklijke Militaire Kapel ‘Johan Willem Friso’, het militair personeel van de Fanfare ‘Bereden wapens’, en het militaire personeel van de regimentsfanfare ‘Garde Grenadiers en Jagers’;
20° de Commandant Fanfare Korps Nationale Reserve;
21° de Commandant Bureau Individuele Uitzendingen/Security Sector Reform;
22° de Commandant Administratief Detachement OOCL;
23° de Commandant van het Joint Intelligence Surveillance Targeting and Reconaissance Commando (JISTARC);
24° de Chef Staf van het JISTARC;
25° de Commandant van het Defensie Inlichtingen en Veiligheidsinstituut;
26° de Commandant Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD);
27° de Chef Staf EODD;
28° de Commandant van de school EODD;
29° het Hoofd Kenniscentrum EODD;
30° de Commandant van het Defensie Cyber Expertise.
31° de Commandant van het Cavalerie Ere Escorte.
1° de Commandant OOCL;
2° de Chef Staf OOCL voor het personeel van de staf;
3° de Commandant Vuursteuncommando;
4° het Hoofd DECJPS voor het personeel van de VUSTCO-staf;
5° de Commandant Artillerie Schietkamp;
6° de Commandant Vuursteunschool;
7° de Commandant van het B&TCo;
8° de Chef Staf B&TCo voor het personeel van de staf;
9° de Commandant C2OSTCO (C2ondersteuningscommando);
10° Chef Staf C2OSTCO voor het militaire personeel van de staf;
11° Het Hoofd Kenniscentrum voor het militaire personeel van het Kenniscentrum C2OSTCO;
12° de Commandant SVBDD voor de School Verbindingsdienst;
13° de Commandant 1 Civiel en Militair Interactie Commando;
14° de Netwerkcommandanten van 1 Civiel en Militair Interactie Commando;
15° de Chef Staf CMICO voor het militaire personeel van de staf;
16° de Commandant Ondersteuningsgroep (OG) CLAS;
17° de Directeur van het Militair Penitentiair Centrum;
18° de Commandant Dienst Geografie CLAS;
19° de Commandant KMK JWF voor het militair personeel van de Koninklijke Militaire Kapel ‘Johan Willem Friso’, het militair personeel van de Fanfare ‘Bereden wapens’, en het militaire personeel van de regimentsfanfare ‘Garde Grenadiers en Jagers’;
20° de Commandant Fanfare Korps Nationale Reserve;
21° de Commandant Bureau Individuele Uitzendingen/Security Sector Reform;
22° de Commandant Administratief Detachement OOCL;
23° de Commandant van het Joint Intelligence Surveillance Targeting and Reconaissance Commando (JISTARC);
24° de Chef Staf van het JISTARC;
25° de Commandant van het Defensie Inlichtingen en Veiligheidsinstituut;
26° de Commandant Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD);
27° de Chef Staf EODD;
28° de Commandant van de school EODD;
29° het Hoofd Kenniscentrum EODD;
30° de Commandant van het Defensie Cyber Expertise.
31° de Commandant van het Cavalerie Ere Escorte.
h. bij het Opleidings- en Trainingscommando (OTCo): 1° de Commandant OTCo;
2° de Chef Staf van het OTCo;
3° de Commandant Land Training Centre;
4° de Commandant Land Warfare Centre;
5° De Commandant Simulatiecentrum Landoptreden;
6° de Chef Staf Opleidings- en Trainingcentrum Logistiek (OTCLog);
7° het Hoofd Kenniscentrum Logistiek van het OTCLog;
8° de Commandant School Initiële en Verdere Opleidingen, School Techniek en Onderhoud, en 9° School Materiele en Personele Logistiek van het OTCLog;
10° de Chef Staf tevens plaatsvervangend Commandant Lichamelijke Opvoeding en Sportorganisatie (LO&S);
11° het Hoofd Kennis Centrum van de LO&S;
12° de Commandant Lichamelijke Opvoeding LO&Sportregio Noord, LO&Sportregio Zuid en LO&Sportregio Centraal van de LO&S;
13° de Chef Staf tevens plaatsvervangend Commandant Koninklijke Militaire School (KMS); het Hoofd Sectie Opleidings- en Trainingszaken van de KMS, voor de leerlingen geplaatst in die sectie;
14° de Commandant Instructiegroep AMO(L) School Noord, School Midden, School Zuid en School Luchtmobiel van de KMS, voor de AMO(L) leerlingen van die School;
15° de Commandant Instructiegroep School Initiële Vorming Onderofficieren van de KMS, voor de leerlingen van die School;
16° de Commandant School Initiële Vorming Onderofficieren, School Noord, School Midden, School Zuid en School Luchtmobiel van de KMS, voor het overige personeel van die School;
17° de Commandant School Verdere Vorming Onderofficieren van de KMS;
18° de Chef Staf tevens plaatsvervangend Commandant Opleidings- en Trainingscentrum Genie (OTCGenie);
19° de Commandant Mineurs- en Sappeurs School van het OTCGenie;
20° de Commandant Defensie CBRN Centrum van het OTCGenie;
21° de Commandant Pioniers- en Pontonniers School van het OTCGenie;
22° de Chef Staf tevens plaatsvervangend Commandant Opleidings- en Trainingscentrum Rijden en Bergen (OTCRij);
23° de Commandant Bedrijfsschool van het OTCRij;
24° de Chef Staf tevens plaatsvervangend Commandant Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre (OTCMan);
25° de Commandant Kenniscentrum Grondgebonden Manoeuvre van het OTCMan;
26° de Commandant Joint Kenniscentrum Schieten van het OTCMan;
27° de Commandant Defensie Expertise Centrum Militair en Uitrusting van het OTCMan;
28° de Commandant Schietinstructie Controle Team van het OTCMan;
29° de Commandant School voor Vredesmissies van het OTCMan;
30° de Commandant Manoeuvreschool van het OTCMan;
31° de Commandant School Grond Lucht Samenwerking van het OTCMan;
32° de Commandant Schiet Training School van het OTCMan.
1° de Commandant OTCo;
2° de Chef Staf van het OTCo;
3° de Commandant Land Training Centre;
4° de Commandant Land Warfare Centre;
5° De Commandant Simulatiecentrum Landoptreden;
6° de Chef Staf Opleidings- en Trainingcentrum Logistiek (OTCLog);
7° het Hoofd Kenniscentrum Logistiek van het OTCLog;
8° de Commandant School Initiële en Verdere Opleidingen, School Techniek en Onderhoud, en 9° School Materiele en Personele Logistiek van het OTCLog;
10° de Chef Staf tevens plaatsvervangend Commandant Lichamelijke Opvoeding en Sportorganisatie (LO&S);
11° het Hoofd Kennis Centrum van de LO&S;
12° de Commandant Lichamelijke Opvoeding LO&Sportregio Noord, LO&Sportregio Zuid en LO&Sportregio Centraal van de LO&S;
13° de Chef Staf tevens plaatsvervangend Commandant Koninklijke Militaire School (KMS); het Hoofd Sectie Opleidings- en Trainingszaken van de KMS, voor de leerlingen geplaatst in die sectie;
14° de Commandant Instructiegroep AMO(L) School Noord, School Midden, School Zuid en School Luchtmobiel van de KMS, voor de AMO(L) leerlingen van die School;
15° de Commandant Instructiegroep School Initiële Vorming Onderofficieren van de KMS, voor de leerlingen van die School;
16° de Commandant School Initiële Vorming Onderofficieren, School Noord, School Midden, School Zuid en School Luchtmobiel van de KMS, voor het overige personeel van die School;
17° de Commandant School Verdere Vorming Onderofficieren van de KMS;
18° de Chef Staf tevens plaatsvervangend Commandant Opleidings- en Trainingscentrum Genie (OTCGenie);
19° de Commandant Mineurs- en Sappeurs School van het OTCGenie;
20° de Commandant Defensie CBRN Centrum van het OTCGenie;
21° de Commandant Pioniers- en Pontonniers School van het OTCGenie;
22° de Chef Staf tevens plaatsvervangend Commandant Opleidings- en Trainingscentrum Rijden en Bergen (OTCRij);
23° de Commandant Bedrijfsschool van het OTCRij;
24° de Chef Staf tevens plaatsvervangend Commandant Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre (OTCMan);
25° de Commandant Kenniscentrum Grondgebonden Manoeuvre van het OTCMan;
26° de Commandant Joint Kenniscentrum Schieten van het OTCMan;
27° de Commandant Defensie Expertise Centrum Militair en Uitrusting van het OTCMan;
28° de Commandant Schietinstructie Controle Team van het OTCMan;
29° de Commandant School voor Vredesmissies van het OTCMan;
30° de Commandant Manoeuvreschool van het OTCMan;
31° de Commandant School Grond Lucht Samenwerking van het OTCMan;
32° de Commandant Schiet Training School van het OTCMan.
i. bij het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC): 1° de Commandant DGLC;
2° de Chef Staf DGLC tevens plaatsvervangend commandant DGLC voor het stafpersoneel;
3° het Hoofd Kenniscentrum DGLC;
4° de Commandant Opleidings & Trainingscentrum grondgebonden lucht- en raketverdediging.
1° de Commandant DGLC;
2° de Chef Staf DGLC tevens plaatsvervangend commandant DGLC voor het stafpersoneel;
3° het Hoofd Kenniscentrum DGLC;
4° de Commandant Opleidings & Trainingscentrum grondgebonden lucht- en raketverdediging.
j. bij het Materieellogistiek Commando Land (MatLogCo): 1° de Commandant MatLogCo;
2° het Hoofd van de Afdeling Systemen & Analyse;
3° het Hoofd van de Afdeling Techniek;
4° het Hoofd van de Afdeling Logistiek.
1° de Commandant MatLogCo;
2° het Hoofd van de Afdeling Systemen & Analyse;
3° het Hoofd van de Afdeling Techniek;
4° het Hoofd van de Afdeling Logistiek.
k. bij de overige eenheden: 1° de Commandant van een schietserie;
2° de Commandant van een vaste kampstaf in het buitenland;
3° de Commandant van een nadetachement van een uitgezonden eenheid;
4° de plaatsvervangend Commandant van een Nationale Reserve bataljon voor het stafpersoneel van het bataljon;
5° de plaatsvervangend Commandant centrale verzorging militairen;
6° de Commandant van een krijgsgevangenkamp;
7° de Commandant van een detachement van het CLAS.
1° de Commandant van een schietserie;
2° de Commandant van een vaste kampstaf in het buitenland;
3° de Commandant van een nadetachement van een uitgezonden eenheid;
4° de plaatsvervangend Commandant van een Nationale Reserve bataljon voor het stafpersoneel van het bataljon;
5° de plaatsvervangend Commandant centrale verzorging militairen;
6° de Commandant van een krijgsgevangenkamp;
7° de Commandant van een detachement van het CLAS.
4. Als bevelvoerende militairen, bedoeld in
artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrechtworden als tot opleggen van straffen bevoegden bij het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) aangewezen:
a. de Plaatsvervangend Commandant Luchtstrijdkrachten;
b. de Commandant van een detachement van het CLSK;
c. de Commandant van het Centrum voor Mens en Luchtvaart;
d. de Commandant van de Joint Meteorologische Groep;
e. de hoogst geplaatste militair van het CLSK op de buitenlandse opleidings- en trainingslocaties;
f. de Directeur van de Kapel van het CLSK;
g. de Chef Staf van een CLSK-onderdeel;
h. de Chef Kabinet van het CLSK;
i. het Hoofd Stafgroep Juridische Zaken van het CLSK;
j. het Hoofd Stafgroep Safety van het CLSK;
k. het Hoofd Afdeling Financiën & Control van het CLSK;
l. het Hoofd Afdeling Jachtvliegtuig Operaties van het CLSK;
m. het Hoofd Afdeling Helikopter Operaties van het CLSK;
n. het Hoofd Afdeling Luchttransport en Tanker Operaties van het CLSK;
o. het Hoofd Afdeling Command, Control, Communications, Computers, Intelligence, Surveillance en Reconnaissance van het CLSK;
p. het Hoofd Afdeling Air & Space Warfare Centre van het CLSK;
q. het Hoofd National Air & Space Operations Centre van het CLSK;
r. het Hoofd Afdeling Personele Plannen en Ketenbeheer van het CLSK;
s. het Hoofd Afdeling Gezondheidszorg Operaties van het CLSK;
t. het Hoofd Afdeling Materieellogistieke Gereedheid en Externe Assortimenten van het CLSK;
u. het Hoofd Afdeling Materieellogistieke Regelgeving en Ontwikkeling van het CLSK;
v. het Hoofd Afdeling Vliegproeven en Operationele Publicaties van het CLSK;
w. het Hoofd Afdeling Onbemande Vliegtuigen van het CLSK;
x. het Hoofd Afdeling Integratie van het CLSK;
y. het Hoofd Afdeling Strategie en Advies van het CLSK;
z. het Hoofd Innovatiecentrum Air van het CLSK;
aa. het Hoofd Data Science Cell van het CLSK;
bb. het Hoofd Afdeling Programmamanagement bij het Logistiek Centrum Woensdrecht;
cc. het Hoofd Afdeling Onderhoud en Logistiek bij het Logistiek Centrum Woensdrecht;
dd. de Commandant van de School of Air Control van het AOCS Nieuw Milligen;
ee. de Commandant van de Nationale Datalink Management Cell van het AOCS Nieuw Milligen.
5. Als bevelvoerende militairen, bedoeld in
artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrechtworden als tot opleggen van straffen bevoegden bij de
Koninklijke Marechausseeaangewezen:
a. bij de Staf Koninklijke Marechaussee: 1° de plaatsvervangend Commandant Koninklijke Marechaussee;
2° de hoogste officier van de Koninklijke Marechaussee werkzaam bij het Joint Forces Command (JFC) Brunssum over het personeel dat werkzaam is bij het JFC Brunssum, maar administratief is ondergebracht bij de Staf Koninklijke Marechaussee;
3° de hoogste officier van de Koninklijke Marechaussee werkzaam op de NAVO vliegbasis te Geilenkirchen over het personeel dat werkzaam is op de NAVO vliegbasis Geilenkirchen, maar administratief is ondergebracht bij de Staf Koninklijke Marechaussee.
1° de plaatsvervangend Commandant Koninklijke Marechaussee;
2° de hoogste officier van de Koninklijke Marechaussee werkzaam bij het Joint Forces Command (JFC) Brunssum over het personeel dat werkzaam is bij het JFC Brunssum, maar administratief is ondergebracht bij de Staf Koninklijke Marechaussee;
3° de hoogste officier van de Koninklijke Marechaussee werkzaam op de NAVO vliegbasis te Geilenkirchen over het personeel dat werkzaam is op de NAVO vliegbasis Geilenkirchen, maar administratief is ondergebracht bij de Staf Koninklijke Marechaussee.
b. bij het Landelijk Tactisch Commando: 1° de brigadecommandanten;
2° de plaatsvervangend Commandant Landelijk Tactisch Commando voor zover geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen.
1° de brigadecommandanten;
2° de plaatsvervangend Commandant Landelijk Tactisch Commando voor zover geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen.
c. bij het Opleidings-, Trainings- en Kenniscentrum: 1° de Sectorcommandanten;
2° de plaatsvervangend Commandant Opleidings-, Trainings- en Kenniscentrum voor zover geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen.
1° de Sectorcommandanten;
2° de plaatsvervangend Commandant Opleidings-, Trainings- en Kenniscentrum voor zover geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen.
d. Bij de Passagiersinformatie-eenheid Nederland: 1° de Commandant Passagiersinformatie-eenheid Nederland.
1° de Commandant Passagiersinformatie-eenheid Nederland.
6. Als bevelvoerende militairen, bedoeld in
artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrechtworden als tot opleggen van straffen bevoegden bij het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO):
a. bij de Staf DOSCO: 1° de Commandant Defensie Ondersteuningscommando voor de plaatsvervangend Commandant Defensie Ondersteuningscommando;
2° de plaatsvervangend Commandant Defensie Ondersteuningscommando, tevens voor het militaire personeel behorende tot Staf DOSCO waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° het Hoofd Kernstaf;
4° het Hoofd Bedrijfsvoeringondersteuning;
5° het Hoofd Producten- en Dienstmanagement;
6° de Directeur Grote Projecten DOSCO.
1° de Commandant Defensie Ondersteuningscommando voor de plaatsvervangend Commandant Defensie Ondersteuningscommando;
2° de plaatsvervangend Commandant Defensie Ondersteuningscommando, tevens voor het militaire personeel behorende tot Staf DOSCO waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° het Hoofd Kernstaf;
4° het Hoofd Bedrijfsvoeringondersteuning;
5° het Hoofd Producten- en Dienstmanagement;
6° de Directeur Grote Projecten DOSCO.
b. bij de Divisie Facilitair, Logistiek en Beveiliging (DFL&B): 1° de Commandant Divisie Facilitair, Logistiek en Beveiliging;
2° de Commandant Facilitair Bedrijf Defensie, tevens voor het militaire personeel werkzaam bij de DFL&B voor wie geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° de Commandant regiokantoor Breda;
4° de Commandant regiokantoor Den Helder;
5° de Commandant regiokantoor Havelte;
6° de Commandant regiokantoor Oirschot;
7° de Commandant regiokantoor Schaarsbergen;
8° de Commandant regiokantoor Soesterberg;
9° de Commandant Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie;
10° de Commandant Mediacentrum Defensie;
11° de Commandant Financieel Administratie en Beheer Kantoor;
12° het Hoofd Bureau Internationale Militaire Sport;
13° de Commandant van het Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum ‘Bronbeek’;
14° de Commandant Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie;
15° de Chef Staf Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie;
16° het Hoofd OPSCEN;
17° het Hoofd Programmamanagement;
18° het Hoofd Operaties;
19° het Hoofd Afdeling Inrichting Fysieke Beveiliging;
20° het Hoofd Afdeling Defensie Bewakings- en Beveiligingssystemen/Hoofd Programmamanagement Beveiligingssystemen;
21° de Regio Commandant Beveiligingsregio Noord;
22° de Regio Commandant Beveiligingsregio Zuid;
23° de Regio Commandant Beveiligingsregio West.
1° de Commandant Divisie Facilitair, Logistiek en Beveiliging;
2° de Commandant Facilitair Bedrijf Defensie, tevens voor het militaire personeel werkzaam bij de DFL&B voor wie geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° de Commandant regiokantoor Breda;
4° de Commandant regiokantoor Den Helder;
5° de Commandant regiokantoor Havelte;
6° de Commandant regiokantoor Oirschot;
7° de Commandant regiokantoor Schaarsbergen;
8° de Commandant regiokantoor Soesterberg;
9° de Commandant Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie;
10° de Commandant Mediacentrum Defensie;
11° de Commandant Financieel Administratie en Beheer Kantoor;
12° het Hoofd Bureau Internationale Militaire Sport;
13° de Commandant van het Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum ‘Bronbeek’;
14° de Commandant Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie;
15° de Chef Staf Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie;
16° het Hoofd OPSCEN;
17° het Hoofd Programmamanagement;
18° het Hoofd Operaties;
19° het Hoofd Afdeling Inrichting Fysieke Beveiliging;
20° het Hoofd Afdeling Defensie Bewakings- en Beveiligingssystemen/Hoofd Programmamanagement Beveiligingssystemen;
21° de Regio Commandant Beveiligingsregio Noord;
22° de Regio Commandant Beveiligingsregio Zuid;
23° de Regio Commandant Beveiligingsregio West.
c. bij de Divisie Personeel en Organisatie Defensie (DPOD): 1° de Commandant Divisie Personeel & Organisatie Defensie;
2° de Directeur Dienstencentrum Personeelslogistiek, tevens voor het militaire personeel werkzaam bij de DPOD voor wie geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° de Directeur Dienstencentrum Personele Zorg;
4° de Directeur Dienstencentrum Organisatie en Formatie;
5° de Directeur Dienstencentrum Juridische Dienstverlening;
6° de Directeur Management Developmentgroep;
7° de Commandant Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie;
8° het Hoofd Coördinatie en Beleidsimplementatie;
9° de Commandant Regionaal Opleidingen Centrum Instructeur Compagnie KMS.
1° de Commandant Divisie Personeel & Organisatie Defensie;
2° de Directeur Dienstencentrum Personeelslogistiek, tevens voor het militaire personeel werkzaam bij de DPOD voor wie geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° de Directeur Dienstencentrum Personele Zorg;
4° de Directeur Dienstencentrum Organisatie en Formatie;
5° de Directeur Dienstencentrum Juridische Dienstverlening;
6° de Directeur Management Developmentgroep;
7° de Commandant Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie;
8° het Hoofd Coördinatie en Beleidsimplementatie;
9° de Commandant Regionaal Opleidingen Centrum Instructeur Compagnie KMS.
d. bij de Divisie Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO): 1° de Commandant DGO;
2° de Plaatsvervangend Commandant DGO, tevens voor het militaire personeel werkzaam bij de DGO voor wie geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° de Commandant Militaire Geestelijke Gezondheidszorg;
4° de Commandant Centraal Militair Hospitaal;
5° de Commandant Defensie Gezondheidszorg Opleidings- en Trainingscentrum;
6° de Commandant Militair Revalidatie Centrum;
7° de Commandant Militair Geneeskundig Logistiek Centrum;
8°. de Commandant Instituut samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen;
9° de Directeur Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid;
10° de Commandant Bijzondere Medische Beoordelingen;
11° de Commandant Defensie Tandheelkundige Dienst;
12° de Commandant Eerstelijns Gezondheidszorg Bedrijf.
1° de Commandant DGO;
2° de Plaatsvervangend Commandant DGO, tevens voor het militaire personeel werkzaam bij de DGO voor wie geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° de Commandant Militaire Geestelijke Gezondheidszorg;
4° de Commandant Centraal Militair Hospitaal;
5° de Commandant Defensie Gezondheidszorg Opleidings- en Trainingscentrum;
6° de Commandant Militair Revalidatie Centrum;
7° de Commandant Militair Geneeskundig Logistiek Centrum;
8°. de Commandant Instituut samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen;
9° de Directeur Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid;
10° de Commandant Bijzondere Medische Beoordelingen;
11° de Commandant Defensie Tandheelkundige Dienst;
12° de Commandant Eerstelijns Gezondheidszorg Bedrijf.
e. bij de Nederlandse Defensie Academie (NLDA): 1° de Commandant NLDA;
2° de Chef-Staf NLDA, tevens voor het militaire personeel werkzaam bij de NLDA voor wie geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° de Commandant van het Koninklijk Instituut voor de Marine voor de eerste officier van het Koninklijk Instituut voor de Marine;
4° de eerste officier van het Koninklijk Instituut voor de Marine;
5° de Commandant Koninklijke Militaire Academie (KMA), voor alle ondercommandanten van de KMA;
6° de Chef-Staf KMA;
7° de Commandant Cadettenbataljon;
8° de Commandant Cadettenwing;
9° de Commandant Cadetteneskadron;
10° de Directeur Instituut Defensie Leergangen;
11° de Commandant Expertisecentrum Leiderschap Defensie;
12° de Commandant Talencentrum Defensie.
1° de Commandant NLDA;
2° de Chef-Staf NLDA, tevens voor het militaire personeel werkzaam bij de NLDA voor wie geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
3° de Commandant van het Koninklijk Instituut voor de Marine voor de eerste officier van het Koninklijk Instituut voor de Marine;
4° de eerste officier van het Koninklijk Instituut voor de Marine;
5° de Commandant Koninklijke Militaire Academie (KMA), voor alle ondercommandanten van de KMA;
6° de Chef-Staf KMA;
7° de Commandant Cadettenbataljon;
8° de Commandant Cadettenwing;
9° de Commandant Cadetteneskadron;
10° de Directeur Instituut Defensie Leergangen;
11° de Commandant Expertisecentrum Leiderschap Defensie;
12° de Commandant Talencentrum Defensie.
7. Als bevelvoerende militairen, bedoeld in
artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrechtworden als tot opleggen van straffen bevoegden bij het
Commando Materieel en IT(COMMIT) aangewezen:
a. de plaatsvervangend Commandant COMMIT voor al het personeel waarvoor binnen de COMMIT geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
b. de Directeur Projecten;
c. het Hoofd Afdeling Concern Controle COMMIT;
d. de Directeur Wapensystemen;
e. het Hoofd Centraal Bureau Gegevensbeheer- Materieellogistiek;
f. het Hoofd Afdeling Luchtvaartsystemen;
g. het Hoofd Afdeling Grondgebonden Wapensystemen;
h. het Hoofd Afdeling Maritieme Systemen;
i. het Hoofd Afdeling Inkoop Projecten voor al het personeel waarvoor binnen de afdeling Inkoop Projecten geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
j. het Hoofd Afdeling Algemene In & Verkoop;
k. het Hoofd Afdeling TDL;
l. de plaatsvervangend Directeur Wapensystemen & Bedrijven;
m. het Hoofd Afdeling Luverd & Munitie;
n. de Commandant KPU Bedrijf;
o. de plaatsvervangend Directeur Joint Informatievoorziening Commando voor al het personeel waarvoor binnen het JIVC geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
p. het Hoofd Afdeling Maritieme IT;
q. het Hoofd Afdeling Landgebonden IT;
r. het Hoofd Luchtgebonden & Joint IT;
s. het Hoofd Afdeling COC2-I&V;
t. het Hoofd DCSC;
u. het Hoofd Infra Centrale Services;
v. het Hoofd IT Continuity Center.
8. In geval van uitzendingen worden als bevelvoerende militairen, bedoeld in
artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrechtals tot opleggen van straffen bevoegden aangewezen:
a. de Commandant van een als zodanig door of namens de Commandant der Strijdkrachten aangewezen detachement, voor het rechtstreeks onder hem ressorterende personeel, met uitzondering van het personeel van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlandse militaire personeel;
b. de Senior National Representative of de Commandant CONTCO, voor het rechtstreeks onder hem ressorterende personeel en voor het overige personeel waarvoor ter plaatse geen tot straffen bevoegde meerdere aanwezig is, met uitzondering van het personeel van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlandse militaire personeel en met uitzondering van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
c. De Directeur van de Directie Operaties voor de Senior National Representative of de Commandant CONTCO die zich in het betreffende uitzendgebied bevindt;
d. de Commandant van het detachement van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlandse militaire personeel, voor het rechtstreeks onder hem ressorterende personeel;
e. de Directeur Operaties van de Koninklijke Marechaussee voor de Commandant van het detachement van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlandse militaire personeel;
f. het Hoofd Afdeling Inlichtingenondersteuning van de MIVD voor het Hoofd van het MIVD-personeel belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
g. het Hoofd van het MIVD-personeel belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak, voor het rechtstreeks onder hem ressorterende personeel.