BWBR0050739
Geldig vanaf 2025-02-04
Artikel 3.5
Uitvoeringswet digitaledienstenverordening
1. Onverminderd <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht</a>vervalt de bevoegdheid van de Autoriteit persoonsgegevens tot het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom aan een aanbieder van een tussenhandeldienst, indien de Autoriteit persoonsgegevens op aanvraag van die aanbieder van een tussenhandeldienst besluit tot het bindend verklaren van een door die aanbieder gedane toezegging.
2. De Autoriteit persoonsgegevens kan een besluit nemen als bedoeld in het eerste lid, indien zij het bindend verklaren van een toezegging doelmatiger acht dan het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom.
3. De aanbieder van een tussenhandeldienst dient de aanvraag voor het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid in, voordat de Autoriteit persoonsgegevens een besluit omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom heeft genomen.
4. De termijn, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de Autoriteit persoonsgegevens de aanvraag ontvangt, tot de dag waarop de Autoriteit persoonsgegevens een besluit op de aanvraag heeft genomen. Artikel 5:45, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
5. De aanbieder van een tussenhandeldienst gedraagt zich overeenkomstig het besluit, bedoeld in het eerste lid.
6. De Autoriteit persoonsgegevens bepaalt gedurende welke periode het besluit, bedoeld in het eerste lid, geldt en kan deze periode telkens verlengen.
7. De Autoriteit persoonsgegevens kan een besluit als bedoeld in het eerste lid of een besluit tot verlenging als bedoeld in het zesde lid, wijzigen of intrekken indien:
a. er een wezenlijke verandering is opgetreden in de feiten waarop het besluit berust;
b. het besluit berust op door de aanbieder van een tussenhandeldienst verstrekte onvolledige, onjuiste of misleidende gegevens;
c. de aanbieder van een tussenhandeldienst in strijd met het vijfde lid handelt.
2. De Autoriteit persoonsgegevens kan een besluit nemen als bedoeld in het eerste lid, indien zij het bindend verklaren van een toezegging doelmatiger acht dan het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom.
3. De aanbieder van een tussenhandeldienst dient de aanvraag voor het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid in, voordat de Autoriteit persoonsgegevens een besluit omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom heeft genomen.
4. De termijn, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de Autoriteit persoonsgegevens de aanvraag ontvangt, tot de dag waarop de Autoriteit persoonsgegevens een besluit op de aanvraag heeft genomen. Artikel 5:45, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
5. De aanbieder van een tussenhandeldienst gedraagt zich overeenkomstig het besluit, bedoeld in het eerste lid.
6. De Autoriteit persoonsgegevens bepaalt gedurende welke periode het besluit, bedoeld in het eerste lid, geldt en kan deze periode telkens verlengen.
7. De Autoriteit persoonsgegevens kan een besluit als bedoeld in het eerste lid of een besluit tot verlenging als bedoeld in het zesde lid, wijzigen of intrekken indien:
a. er een wezenlijke verandering is opgetreden in de feiten waarop het besluit berust;
b. het besluit berust op door de aanbieder van een tussenhandeldienst verstrekte onvolledige, onjuiste of misleidende gegevens;
c. de aanbieder van een tussenhandeldienst in strijd met het vijfde lid handelt.