BWBR0050739
Geldig vanaf 2025-02-04
Artikel 2.7
Uitvoeringswet digitaledienstenverordening
1. Met het uitoefenen van onderzoeksbevoegdheden overeenkomstig de artikelen 57, tweede lid, en 66, derde lid, van de digitaledienstenverordening zijn belast de krachtens <a href="/wet/BWBR0033043/artikel/12a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt</a>aangewezen ambtenaren.
2. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, beschikken voor het uitoefenen van onderzoeksbevoegdheden over de bevoegdheden die hun ingevolge de Algemene wet bestuursrecht en <a href="/wet/BWBR0033043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 3, paragraaf 1, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt</a>zijn toegekend ter uitoefening van het toezicht op de naleving.
2. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, beschikken voor het uitoefenen van onderzoeksbevoegdheden over de bevoegdheden die hun ingevolge de Algemene wet bestuursrecht en <a href="/wet/BWBR0033043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 3, paragraaf 1, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt</a>zijn toegekend ter uitoefening van het toezicht op de naleving.