BWBR0050739
Geldig vanaf 2025-02-04
Artikel 2.3
Uitvoeringswet digitaledienstenverordening
1. De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag, genoemd in artikel 52, derde lid, van de digitaledienstenverordening, ter handhaving van de bepalingen, genoemd in artikel 2.2, eerste en tweede lid.
2. De bestuurlijke boete, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0033043/artikel/12m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12m, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument</a>, bedraagt ten hoogste het bedrag, genoemd in artikel 52, derde lid, van de digitaledienstenverordening, indien die boete wordt opgelegd in het kader van de uitvoering van een taak die bij of krachtens deze wet aan de Autoriteit Consument en Markt is opgedragen.
2. De bestuurlijke boete, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0033043/artikel/12m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12m, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument</a>, bedraagt ten hoogste het bedrag, genoemd in artikel 52, derde lid, van de digitaledienstenverordening, indien die boete wordt opgelegd in het kader van de uitvoering van een taak die bij of krachtens deze wet aan de Autoriteit Consument en Markt is opgedragen.