Artikel 1
1. Bij een overtreding van de Wet arbeid vreemdelingenwordt afgezien van boeteoplegging en wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing aan de werkgever indien:
a. het in de periode van vijf jaar direct voorafgaand aan de constatering van de overtreding de eerste overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen door de werkgever betreft; en
b. bij de overtredingen niet meer dan vijf vreemdelingen of arbeidskrachten zijn betrokken, met uitzondering van de situatie als bedoeld in het tweede lid, onder e.
2. De in het eerste lid bedoelde waarschuwing wordt uitsluitend gegeven in een van de volgende situaties:
a. de werkgever heeft aangetoond dat de reeds aangevraagde tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid ten hoogste twee werkdagen nadat de arbeid door de vreemdeling is aangevangen, is ontvangen en is ingegaan;
b. bij de tewerkstelling van een student is sprake van een overschrijding van de toegestane arbeidsduur van maximaal zestien uur per week, en de overschrijding in de onderzoeksperiode in totaal niet meer dan acht uur bedraagt;
c. de werkgever heeft de overtreding zelf voortijdig aantoonbaar beëindigd, dat wil zeggen voordat controle van de Nederlandse Arbeidsinspectie, of een andere instantie belast met het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, heeft plaatsgevonden, en uiterlijk binnen een termijn van één maand na aanvang van de werkzaamheden van de vreemdeling, en heeft binnen diezelfde termijn de overtreding bij de Nederlandse Arbeidsinspectie gemeld;
d. de arbeid is verricht door een vreemdeling die aantoonbaar een eerste- of tweedegraads familielid van de werkgever is en voor kort verblijf in Nederland is, de arbeid van geringe omvang en duur is, en onbetaald en eenmalig heeft plaatsgevonden;
e. de werkgever heeft, na de vorderingstermijn van 48 uur, genoemd in artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen, maar uiterlijk vier weken na het verstrijken van de vorderingstermijn, alsnog een kopie van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht verstrekt, op basis waarvan de identiteit van de persoon kan worden vastgesteld en waaruit blijkt dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen;
f. de werkgever heeft, bij de tewerkstelling van een kennismigrant dan wel een houder van de Europese blauwe kaart als bedoeld in artikel 2.1 en artikel 2.2 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, in de onderzoeksperiode over een periode van ten hoogste een maand niet ten minste het loon als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 voldaan, en heeft de betaling alsnog verricht, voordat een controle van de Nederlandse Arbeidsinspectie of een andere instantie belast met het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen heeft plaatsgevonden;
g. de werkgever heeft, bij de tewerkstelling van een kennismigrant dan wel een houder van de Europese blauwe kaart als bedoeld in artikel 2.1 en artikel 2.2 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, in de onderzoeksperiode over een periode van ten hoogste drie maanden maandelijks maximaal 100 euro bruto minder uitbetaald dan het voor die vreemdeling geldende salariscriterium, maar heeft het te weinig betaalde loon alsnog uitbetaald, uiterlijk binnen vier weken nadat de overtreding is geconstateerd door de Nederlandse Arbeidsinspectie; of
h. de werkgever heeft minder dan twee werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden door een vreemdeling, waarvoor op grond van artikel 2a van de Wet arbeid vreemdelingen een meldingsplicht geldt, en voordat een controle van de Nederlandse Arbeidsinspectie of een andere instantie belast met het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen heeft plaatsgevonden, een melding gemaakt als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.
3. Bij meerdere overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingenwordt de in het eerste lid bedoelde waarschuwing uitsluitend gegeven indien ten aanzien van elk van de overtredingen sprake is van een van de situaties uit het tweede lid, behoudens in geval van samenloop van overtredingen van artikel 2en artikel 15 van de Wet arbeid vreemdelingen.
a. het in de periode van vijf jaar direct voorafgaand aan de constatering van de overtreding de eerste overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen door de werkgever betreft; en
b. bij de overtredingen niet meer dan vijf vreemdelingen of arbeidskrachten zijn betrokken, met uitzondering van de situatie als bedoeld in het tweede lid, onder e.
2. De in het eerste lid bedoelde waarschuwing wordt uitsluitend gegeven in een van de volgende situaties:
a. de werkgever heeft aangetoond dat de reeds aangevraagde tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid ten hoogste twee werkdagen nadat de arbeid door de vreemdeling is aangevangen, is ontvangen en is ingegaan;
b. bij de tewerkstelling van een student is sprake van een overschrijding van de toegestane arbeidsduur van maximaal zestien uur per week, en de overschrijding in de onderzoeksperiode in totaal niet meer dan acht uur bedraagt;
c. de werkgever heeft de overtreding zelf voortijdig aantoonbaar beëindigd, dat wil zeggen voordat controle van de Nederlandse Arbeidsinspectie, of een andere instantie belast met het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, heeft plaatsgevonden, en uiterlijk binnen een termijn van één maand na aanvang van de werkzaamheden van de vreemdeling, en heeft binnen diezelfde termijn de overtreding bij de Nederlandse Arbeidsinspectie gemeld;
d. de arbeid is verricht door een vreemdeling die aantoonbaar een eerste- of tweedegraads familielid van de werkgever is en voor kort verblijf in Nederland is, de arbeid van geringe omvang en duur is, en onbetaald en eenmalig heeft plaatsgevonden;
e. de werkgever heeft, na de vorderingstermijn van 48 uur, genoemd in artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen, maar uiterlijk vier weken na het verstrijken van de vorderingstermijn, alsnog een kopie van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht verstrekt, op basis waarvan de identiteit van de persoon kan worden vastgesteld en waaruit blijkt dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen;
f. de werkgever heeft, bij de tewerkstelling van een kennismigrant dan wel een houder van de Europese blauwe kaart als bedoeld in artikel 2.1 en artikel 2.2 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, in de onderzoeksperiode over een periode van ten hoogste een maand niet ten minste het loon als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 voldaan, en heeft de betaling alsnog verricht, voordat een controle van de Nederlandse Arbeidsinspectie of een andere instantie belast met het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen heeft plaatsgevonden;
g. de werkgever heeft, bij de tewerkstelling van een kennismigrant dan wel een houder van de Europese blauwe kaart als bedoeld in artikel 2.1 en artikel 2.2 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, in de onderzoeksperiode over een periode van ten hoogste drie maanden maandelijks maximaal 100 euro bruto minder uitbetaald dan het voor die vreemdeling geldende salariscriterium, maar heeft het te weinig betaalde loon alsnog uitbetaald, uiterlijk binnen vier weken nadat de overtreding is geconstateerd door de Nederlandse Arbeidsinspectie; of
h. de werkgever heeft minder dan twee werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden door een vreemdeling, waarvoor op grond van artikel 2a van de Wet arbeid vreemdelingen een meldingsplicht geldt, en voordat een controle van de Nederlandse Arbeidsinspectie of een andere instantie belast met het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen heeft plaatsgevonden, een melding gemaakt als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.
3. Bij meerdere overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingenwordt de in het eerste lid bedoelde waarschuwing uitsluitend gegeven indien ten aanzien van elk van de overtredingen sprake is van een van de situaties uit het tweede lid, behoudens in geval van samenloop van overtredingen van artikel 2en artikel 15 van de Wet arbeid vreemdelingen.