Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
gereguleerde woning: woning met een huurprijs die op het moment van het aangaan van de op 1 juli 2021 geldende huurovereenkomst niet hoger was dan het krachtens artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgesteld bedrag zoals dat bedrag gold op het moment van het aangaan van de op 1 juli 2021 geldende huurovereenkomst;
hoofdhuurder: degene die een overeenkomst heeft voor de huur van een woning van een particuliere verhuurder of van een woningcorporatie, alsmede een medehuurder indien deze de hoofdhuurder bij diens overlijden in de hoedanigheid van hoofdhuurder is opgevolgd;
minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
particuliere verhuurder: natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een woningcorporatie, die een woning in eigendom heeft en deze verhuurt;
verblijfsobject: eenheid van gebruik als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;
woning: zelfstandige woning als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, die gelegen is in een door het Instituut Mijnbouwschade Groningen op 1 juli 2022 aangewezen postcodegebied in het aardbevingsgebied Groningen waarbinnen het Instituut schade door waardedaling vergoedt, of in de postcodegebieden 9474, 9479, 9512, 9631, 9641, 9642, 9644, 9645, 9646, 9648, 9651, 9654, 9655, 9656, 9657, 9659, 9672, 9675, 9677, 9678, 9679, 9681, 9682, 9684, 9685, 9881, 9882, 9883, 9885, 9971, 9972, 9974, 9976;
woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.
gereguleerde woning: woning met een huurprijs die op het moment van het aangaan van de op 1 juli 2021 geldende huurovereenkomst niet hoger was dan het krachtens artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgesteld bedrag zoals dat bedrag gold op het moment van het aangaan van de op 1 juli 2021 geldende huurovereenkomst;
hoofdhuurder: degene die een overeenkomst heeft voor de huur van een woning van een particuliere verhuurder of van een woningcorporatie, alsmede een medehuurder indien deze de hoofdhuurder bij diens overlijden in de hoedanigheid van hoofdhuurder is opgevolgd;
minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
particuliere verhuurder: natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een woningcorporatie, die een woning in eigendom heeft en deze verhuurt;
verblijfsobject: eenheid van gebruik als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;
woning: zelfstandige woning als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, die gelegen is in een door het Instituut Mijnbouwschade Groningen op 1 juli 2022 aangewezen postcodegebied in het aardbevingsgebied Groningen waarbinnen het Instituut schade door waardedaling vergoedt, of in de postcodegebieden 9474, 9479, 9512, 9631, 9641, 9642, 9644, 9645, 9646, 9648, 9651, 9654, 9655, 9656, 9657, 9659, 9672, 9675, 9677, 9678, 9679, 9681, 9682, 9684, 9685, 9881, 9882, 9883, 9885, 9971, 9972, 9974, 9976;
woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.