Artikel 1
1. De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering van maximaal € 1.750,– in juli 2022:
a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal die op 1 juli 2022 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst was, alsmede de ambtenaar die op 1 juli 2022 met aanspraak op bezoldiging was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;
b. de militair die op 1 juli 2022 was aangesteld bij het reservepersoneel die op enig tijdstip in de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2022 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest;
c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 juli 2022 met aanspraak op salaris in dienst was van het ministerie van Defensie;
d. de gewezen militair met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op 1 juli 2022 een uitkering genoot ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie;
e. de gewezen ambtenaar die op 1 juli 2022 een uitkering genoot op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;
f. de gewezen militair met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal die op 1 juli 2022 een uitkering genoot op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen.
2. De eenmalige uitkering 2022, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van:
a. voor de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onder a, € 1.750,– maal de factor van het voor diens op 1 juli 2022 voor deeltijdarbeid afwijkende salaris gedeeld door het voor diens op 1 juli 2022 geldende salaris;
b. voor de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onder b, € 1.750,– maal de factor aantal uren gewerkt in de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2022 gedeeld door 2.970;
c. voor de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onder c, € 1.750,– maal de deeltijdfactor op 1 juli 2022;
d. voor de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onder d en e, € 1.750,– maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag;
e. voor de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onder f, € 1.750,–.
3. In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering 2022 ook van toepassing op de ambtenaar, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en onder c, die op 1 juli 2022 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering 2022.
4. De eenmalige uitkering 2022 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen, het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensieof het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairendan wel de Kaderwet militaire pensioenen.
5. De eenmalige uitkering 2022 maakt deel uit van de pensioengrondslag.
6. Voor betrokkenen met meerdere arbeidsrelaties die daardoor onder meer dan één categorie als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met f vallen, geldt dat zij per persoon aanspraak hebben op een eenmalige uitkering van in totaal maximaal € 1.750,–.
a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal die op 1 juli 2022 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst was, alsmede de ambtenaar die op 1 juli 2022 met aanspraak op bezoldiging was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;
b. de militair die op 1 juli 2022 was aangesteld bij het reservepersoneel die op enig tijdstip in de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2022 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest;
c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 juli 2022 met aanspraak op salaris in dienst was van het ministerie van Defensie;
d. de gewezen militair met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op 1 juli 2022 een uitkering genoot ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie;
e. de gewezen ambtenaar die op 1 juli 2022 een uitkering genoot op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;
f. de gewezen militair met een lagere rang dan viceadmiraal of luitenant-generaal die op 1 juli 2022 een uitkering genoot op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen.
2. De eenmalige uitkering 2022, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van:
a. voor de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onder a, € 1.750,– maal de factor van het voor diens op 1 juli 2022 voor deeltijdarbeid afwijkende salaris gedeeld door het voor diens op 1 juli 2022 geldende salaris;
b. voor de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onder b, € 1.750,– maal de factor aantal uren gewerkt in de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2022 gedeeld door 2.970;
c. voor de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onder c, € 1.750,– maal de deeltijdfactor op 1 juli 2022;
d. voor de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onder d en e, € 1.750,– maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag;
e. voor de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onder f, € 1.750,–.
3. In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering 2022 ook van toepassing op de ambtenaar, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en onder c, die op 1 juli 2022 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering 2022.
4. De eenmalige uitkering 2022 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen, het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensieof het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairendan wel de Kaderwet militaire pensioenen.
5. De eenmalige uitkering 2022 maakt deel uit van de pensioengrondslag.
6. Voor betrokkenen met meerdere arbeidsrelaties die daardoor onder meer dan één categorie als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met f vallen, geldt dat zij per persoon aanspraak hebben op een eenmalige uitkering van in totaal maximaal € 1.750,–.